Vaders met een postnatale depressie

Omringd door tientallen medestudenten loop ik door de gang naar de grote collegezaal. Bij de ingang blijf ik een moment lang staan. Veel studenten zitten al, hun laptop voor zich op een inklapbaar tafeltje, scrollend door hun tijdlijn op – toen nog – Facebook. Sommigen praten met elkaar, of roepen. Gezichten staan afwisselend vrolijk, gefronst en zoekend. Mijn blik dwaalt af naar beneden, waar ik de docent achter een lessenaar zie staan, met daarop zijn laptop. Als hij een zwart snoertje in zijn laptop steekt, zie ik het grote, witte scherm vollopen met kleuren. Ik kan het bijna lezen: “Moeder en …”

‘Hier, Rosan, hier!’, klinkt een hoge, vrolijke stem. Haar lange, slanke arm onder een vijftal pezige vingers is onmiskenbaar. Ik zie haar zitten in het midden van de zaal. Ze wijst met haar wijsvinger naar de lege stoel naast haar. Ik observeer de rij waar ze zit. Op alle stoelen in de rij zitten al studiegenoten. Ik zucht, sta voor de eerst zittende in de rij en vraag of ik erlangs mag. Een collegezaal heeft wel iets weg van een kerk: één voor één staan de studenten op en schuiven hun tassen weg terwijl ik me door de smalle doorgang worstel. 

Alle 200 studenten zitten. We beginnen. 

Ik hoor de docent, meneer Watson, vertellen over een postnatale depressie bij vrouwen.
“Vragen, zijn er vragen?”, hij kijkt in het rond. Een aantal studenten steekt hun hand op, wacht hun beurt af en stelt hun vraag. Net als meneer Watson op zijn toetsenbord het rechterpijltje indrukt om naar de volgende dia te gaan, steek ik mijn arm in de lucht. 
“O ja, Rosan?”
“Kunnen mannen ook een postnatale depressie krijgen?”
Een moment lang hoor ik niets. Vervolgens hoor ik gelach van zo’n 199 medestudenten. Ook meneer Watson zie ik glimlachen. Ik draai mijn hoofd verbaasd om mij heen. Ik hoor veel rumoer en meneer Watson moet z’n best doen om de collegezaal weer stil te krijgen.
Hij vertelt dat postnatale depressies vooral worden veroorzaakt door veranderende hormonen in het lichaam van de vrouw tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Bij mannen is daarvan geen sprake, omdat zij geen kind dragen. Wel vertelt hij dat er, voor zover hij weet, geen onderzoek naar gedaan is en dus geen gegevens bekend zijn over vaders met een postnatale depressie.

Deze scène stamt uit 2015 en ik zat op dat moment in mijn tweede studiejaar. Wat meneer Watson nog meer over postnatale depressies bij mannen vertelde, weet ik niet meer. Ik durf zijn uitspraak daarom ook niet letterlijk te citeren. 

Twee kanten op
Ik was deze scène zo goed als vergeten totdat ik onlangs een scholing volgde over (v)echtscheidingen tussen ouders en de invloed hiervan op kinderen. Tijdens een presentatie vertelde een socioloog dat mannen ook aan postnatale depressies kunnen lijden. Vijf jaar na mijn vraag in de collegezaal komt het onderwerp opnieuw op mijn pad en besluit ik er toch eens een blog aan te wijden. Want ook dit onderwerp zegt iets over emancipatie. 

Naar mijn idee gaat emanciperen beide kanten op, richting vrouwen en richting mannen. Het doel is alle stereotypes weg te nemen zodat mannen en vrouwen gelijk zijn aan elkaar en gelijk worden behandeld. Zowel vrouwen als mannen halen hier voordeel uit. Toegegeven, er is véél meer werk te verrichten rondom ongelijkheid voor vrouwen dan ongelijkheid voor mannen. Toch halen ook mannen voordeel uit emancipatie. Neem het voorbeeld van huiselijk geweld. Er is nauwelijks een hulpverlener die gelooft dat de vrouw haar mannelijke partner fysiek of psychisch mishandeld. Deze mannen zijn radeloos omdat a) niemand hen gelooft, b) ze geen hulp krijgen en c) schaamte voelen omdat ‘zij als man door een vrouw worden mishandeld’. En als de man dan hulp zoekt, ontkent de vrouw en beschuldigt zij haar partner van huiselijk geweld. Waar kennen we dit voorbeeld van? Een ander voorbeeld van ongelijkheid voor mannen is de postnatale depressie bij mannen.

De cijfers
Over vaders met een postnatale depressie lees ik verschillende artikelen op betrouwbare websites. Het oudste artikel dat ik vond, werd door Scientias gepubliceerd in februari 2017. Zo’n twee jaar later na mijn vraag in de collegebanken. 

Scientias schrijft over een onderzoek onder 3500 Nieuw-Zeelandse mannen. Onderzoekers volgden deze mannen in het derde trimester van de zwangerschap en negen maanden na de geboorte. De resultaten:

  • Eén op de 25 mannen vertoont symptomen van een postnatale depressie. 
  • Eén op de 50 mannen vertoont symptomen die passen bij een prenatale depressie.

EOS Wetenschap schrijft in 2018 dat verschillende studies in andere landen aantonen dat 4-5% van de vaders zich depressief voelt na de geboorte van hun kind. Sommige studies benoemen zelfs 10%.

Ter vergelijking: 10-15% van de vrouwen krijgt een pre- of postnatale depressie.

Diagnose en hulp?
Met deze onderzoeken zou je denken dat de maatschappij inderdaad iets geëmancipeerder wordt, maar daar houdt het dan ook zo’n beetje mee op. Voor de diagnose van een depressie wordt bij mannen dezelfde kenmerken aangehouden als bij vrouwen. In de praktijk blijkt dat een depressie bij mannen zich toch vaak anders uit dan bij vrouwen.

Kenmerken:

  • Mannen geven minder snel aan dat zij somber of verdrietig zijn. Uit een Zweeds onderzoek blijkt dat 83% van de mannen niet deelt dat de komst van hun baby hen tegenvalt. Dit tegenover 20-50% van de vrouwen.
  • Mannen merken eerder kenmerken als frustratie, boosheid of prikkelbaarheid. Of ze voelen zich ‘niet lekker in hun vel’.
  • Mannen zijn geneigd om negatieve gevoelens te relativeren of te onderdrukken door te vluchten in werk, sport of middelengebruik (alcohol of drugs). 
  • Na de zwangerschap richten vaders zich vooral op het welzijn van moeder en kind en cijferen ze zichzelf weg. Psychiater Mijke Lambregtse-van den Berg ziet een piek in postnatale depressies bij mannen rond een halfjaar na de geboorte: dan is de vrouw over het algemeen herstelt en komt de man toe aan zijn eigen verwerking.

Uitlokkende factoren:

  • Een eerdere depressie
  • Verslaving(sgevoeligheid)
  • Een depressie bij de partner
  • Relatieproblemen 
  • Afnemen van intimiteit 
  • De rolverandering
  • Werkloos zijn of een dalend inkomen
  • Grote verantwoordelijkheid voelen voor het kind

Complicaties:

  • Vaders herkennen vaak zelf de verschijnselen niet goed en vragen minder snel om hulp.
  • Hulpverleners herkennen de verschijnselen minder snel bij mannen, omdat er onvoldoende aandacht voor en kennis over is.
  • Er is relatief weinig aandacht voor de (aanstaande) vader tijdens en na de zwangerschap, omdat de zorg traditioneel meer gericht is op de moeder en het kind. 
  • Als gevolg van het punt hierboven worden mannen doorgaans minder voorbereid op hun vaderschap.
  • Vaders worden vaak nog steeds als ‘minder’ gezien dan vrouwen in de zorg voor hun kind en dat kan leiden tot faalangst en onzekerheid bij de vader.

Deze complicaties lijken een gevolg van traditionele, stereotype normen. Het is een combinatie tussen de traditionele rol van de man enerzijds, en de traditionele rol van de hulp- en zorgverlener anderzijds.

Naast de omgevingsfactoren speelt mogelijk ook een biologisch component mee. De hormoonspiegel verandert bij mannen tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Testosteron daalt en prolactine en oxytocine nemen toe. Dit speelt vooral bij vaders die zeer betrokken zijn bij de zwangerschap en veel tijd doorbrengen met hun kind(eren).
Toch is het effect van een dalend testosterongehalte niet heel groot, vertelt Onno Meijer, neuroendocrinoloog aan de Universiteit Leiden. Bij mannen daalt de hoeveelheid testosteron van ongeveer 50 pg/ml (picogram per milliliter) naar 48 pg/ml. Bij vrouwen stijgt het testosterongehalte tijdens de zwangerschap van 10 naar 52(!) pg/ml. De kans dat zo’n kleine hormoonschommeling bij een man iets doet met zijn gedrag of zijn geestelijke gezondheid acht Meijer heel klein. Het lijkt er dus op dat omgevingsfactoren en de voorgeschiedenis van de man en zijn partner grotere risicofactoren zijn.

Psychiater Lambregtse-van den Berg vindt dat de screening op depressies bij jonge vaders beter moet. Natuurlijk omdat vaders hier zelf baat bij hebben, maar ook vanwege het welzijn van het kind. Een depressie bij een vader kan een direct en indirect effect hebben op de ontwikkeling van zijn kind.

Invloed op kinderen
Het blijkt dat depressieve vaders een twee keer zo grote kans hebben op een huilbaby, vertelt psychiater Lambregtse-van den Berg. Voldoende geknuffeld worden en oprechte aandacht krijgen van beide ouders is heel belangrijk voor een goede ontwikkeling van een kind. Kinderen die dit niet goed ontvangen van hun ouder(s), kunnen cognitief, emotioneel en motorisch een achterstand oplopen.

Een onderzoek van de Britse kinderpsycholoog Paul Ramchandani bevestigt dit. Hij onderzocht de invloed van depressieve vaders op gezinnen. Het blijkt dat kinderen meer kans hebben op leer- en gedragsproblemen. Ook hebben zij een vergrote kans om later zelf een depressie te krijgen. Het korte lontje van depressieve vaders lijkt hierin een belangrijke rol te spelen.

Werk aan de winkel!
Het is duidelijk dat vaders een pre- en postnatale depressie kunnen krijgen. Ook is duidelijk dat er nog een heleboel werk aan de winkel is om deze depressie te signaleren, en hulp te bieden. Of liever nog: te voorkomen. Hieronder een aantal aanbevelingen op rij voor vaders, professionals en de overheid.

Voor vaders:

  • Volg een vaderschapscursus. David Borman werkt als verloskundige en organiseert deze avonden. In een cursus bespreekt hij:
    – De zwangerschap: hoe ga ik om met hormonen?
    – De bevalling: hoe kun je de pijn verlichten?
    – De kraamperiode: wat is jouw rol als je partner borstvoeding geeft?
    – Het aanstaande vaderschap: wat verandert er in je relatie?
  • Sluit je aan bij praatgroepen voor nieuwe vaders of organiseer ze zelf!
  • Vaders mogen zich meer richten naar het ongeboren kind. Pedagoog Marian Bakermans-Kranenburg van de VU in Amsterdam geeft vaders in een onderzoeksproject de kans om te communiceren met hun nog ongeboren kind: buikwand masseren, zingen of voorlezen. Bakermans vindt de reactie van het ongeboren kind heel verrassend.
  • Leer gevoelens herkennen en leer ze te uiten naar je sociale netwerk.
  • Voed je kinderen geëmancipeerd op. In de opvoeding leg je als ouder de basis voor je kind. Als alle ouders zowel hun dochters als zoons leren wat gevoelens zijn, leren dat ze er mogen zijn en leren om erover te praten, behalen we al veel winst! Laat ze hetzelfde opgroeien, geef ze dezelfde liefde en dezelfde kennis. Dat verdienen ze.
  • Leef zelf geëmancipeerd zodat je het goede voorbeeld geeft aan je kind. Kinderen doen wat jij doet, niet wat je zegt dat zij moeten doen.

Voor professionals

  • Vernieuw ouderschapscursussen zodat de aandacht even groot is voor de man als de vrouw.
  • Betrek vaders meer bij het (hele) proces.
  • Veel websites zijn nog te veel gericht op de moeder en geschreven in de jij-vorm. Herschrijf deze websites door in de jullie-vorm te schrijven.
  • Op het consultatiebureau: vraag actief in het 6- en 8-maandenconsult naar de geestelijke gezondheid van beide ouders, en meer specifiek naar die van de vader. Of gebruik een screeningsinstrument. Voorkom hierbij handelingsverlegenheid. 
  • Bijscholing voor verloskundigen, gynaecologen, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en gezinswerkers: Ken en herken de signalen van een postnatale depressie bij een vader en weet hoe je deze moet bespreken.

Voor de overheid

  • Nog langer geboorteverlof voor vaders, zodat hij en zijn partner meer tijd hebben om te wennen aan de nieuwe situatie en de veranderende rollen. Ook kunnen zij hierdoor gemakkelijker een nieuwe balans vinden tussen werk en privé. Vaders hebben nu recht op vijf weken geboorteverlof.

Bronnen
De Volkskrant
Scientias
EOS Wetenschap
RTL Nieuws
GGZ nieuws
Nemo Kennislink
Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap
Rijksoverheid
Vadervuur
Vadercursus

Ook een kant van zwangerschap (en alles wat erna komt)

Met twee vriendinnen die inmiddels beide een gezond kind op de wereld brachten en één vriendin in blije verwachting, breekt ook voor mij een nieuwe periode aan. Een periode van kaartjes, het zoeken naar passende cadeaus, kraambezoeken en – de realiteit – minder contact met de moeder/vriendin dan ik zou willen.

Door de verandering van tijd, een tijd waarin vriendinnen ook moeder zijn, beluister ik de aflevering van de podcast Feminists don’t wear pink and other lies met actrice Keira Knightley daarom toch met iets andere oren. Zwangerschap, bevallen en moederschap, het lijkt één grote roze gedachte om bij weg te dromen, maar Knightley laat een ander geluid klinken.
Net als in een ‘gewoon’ leven wisselen ook tijdens de zwangerschap de leuke momenten zich af met periodes van onplezierige momenten. Het hoeft niet altijd leuk te zijn. Het kan niet altijd leuk zijn. En nee, een vrouw lijdt dan niet meteen aan een pre- of postnatale depressie.

Dankzij mijn studie ken ik de veranderingen en ongemakken van een vrouw tijdens de zwangerschap, de bevalling en ook later tijdens het moederschap. Door Knightley’s verhaal realiseer ik me dat er nauwelijks wordt gesproken over deze lichamelijke, geestelijke en sociale ongemakken. Waarom praten we hier niet over? Moet het dan alleen maar ‘leuk’ zijn? En, voor wie houden we dat rooskleurige beeld in stand? Voordat ik die vragen beantwoord, is het misschien zinvol om de ongemakken van de zwangerschap (en alles wat erna komt) wat nauwkeuriger te omschrijven.

Zwangerschap
In zwanger zijn betekent meer dan dat er een kind in een orgaan van de vrouw groeit. Een zwangere vrouw krijgt te maken met veel veranderingen op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied.
Om met het lichaam te beginnen. Een vrouw ondergaat een gewichtstoename, krijgt een grote buik die maar groeit en haar beperkt in haar dagelijkse bezigheden, rugpijn, instabiele bekken, vermoeidheid, hoge bloeddruk, soms zwangerschapsdiabetes. Waarschijnlijk vergeet ik er nog veel. Oja, vergeetachtigheid is er ook een.
Een vrouw offert haar lichaam op. Ze stelt haar lichaam in dienst van de ander, haar kind. Een vrouwenlichaam is fysiek gezien sterk genoeg om een kind te dragen en te laten volgroeien, maar ze verliest daarmee wel haar eigen lichaam. Dit verlies wordt geestelijk verwerkt en kan moeilijke, ogenschijnlijk paradoxale, gevoelens met zich meebrengen. Vaak met schuldgevoelens tot gevolg. Vrouwen ervaren dat zij deze gevoelens niet mogen hebben tijdens hun zwangerschap.

Andere veranderingen op geestelijk niveau worden vooral veroorzaakt door hormonen die alle kanten op gaan. Moodswings kunnen het gevolg zijn, net als wisselingen in eetlust en voedselvoorkeuren (en voedselonthouding!). Een vrouw heeft hier geen enkele invloed op. De één is er gevoeliger voor dan de ander. Hoe vaak een (zwangere) vrouw niet wordt aangesproken op wispelturig, kribbig of labiel gedrag… Vaak heeft een vrouw zelf nog meer last van deze schommelingen dan haar omgeving. Is daar voldoende oog en begrip voor?

Dat brengt me bij het sociale deel. Het sociale netwerk verkleint, want er is te weinig energie om dezelfde eisen aan een vriendschap te stellen als vóór de zwangerschap. Een vrouw ziet haar vrienden en vriendinnen minder vaak, soms zelfs helemaal niet meer. Feestjes, verjaardagen, borrels worden vaker ingeruild voor de bank of het bed. Later in de zwangerschap lukt het werken niet meer. Tijdens haar verlofperiode is de geestelijke uitdaging minimaal en levert ze ook veel sociale (werk)contacten in.

Bevalling
Ervaringsdeskundigen zijn wisselend over de bevalling van een kind. Veel vrouwen zijn trots dat hun lichaam in staat is om zo’n grote taak te volbrengen. Een citaat van een collega: “Het doet ontzettend pijn! Maar, er komt een soort oerkracht vrij waarvan ik het bestaan niet wist. Als ik andere vrouwen met een kind (of kinderen) ontmoet, kijk ik nu met veel bewondering en respect naar hen.”
Sommige bevallingen duren relatief minder lang en blijven de complicaties beperkter. Andere bevallingen duren een hele dag. Dat vrouwen opnieuw zwanger worden, komt niet omdat ze de pijn van de bevalling of alle ongemakken van hun zwangerschap zijn vergeten. Dat vergeet je niet, hoor ik van ervaringsdeskundigen. Nooit.

Na de bevalling heeft het lichaam weer maanden nodig om tot zichzelf te komen. Uitgescheurde, ingeknipte of gesneden lichaamsdelen worden gehecht. De wonden nemen de tijd om te helen, de pijn neemt langzaam af. Veranderingen opgedaan tijdens de zwangerschap zijn soms blijvend: borsten zijn ineens heel klein of groter dan eerst en velen vrouwen dragen de last van incontinentieproblemen.

Moederschap
Ze zeggen dat een (toekomstige) vader met 1-0 achterstaat. De vraag is of dit werkelijk zo is en welke druk hiermee wordt gelegd op de moeder. Hoewel het kind negen maanden groeit in de baarmoeder, moet ook een moeder wennen aan haar kind. Kennis maken, ook zij moet vertrouwd raken met haar dochter of zoon. Een band is er niet na een eerste aanraking. Een band heeft de tijd nodig om te groeien en die tijd mogen ouders zeker nemen, ook moeders. Zonder schuldgevoelens. Wat mij betreft staat het gewoon gelijk: 0-0.

En wat is het met die achternaam? Lijkt het nou nog steeds zo vanzelfsprekend dat het kind de achternaam aanneemt van de vader?

Het ouderschap, tot slot, vraagt ook veel van de liefdesrelatie. De liefde tussen twee personen wordt nu gedeeld met een derde, het kind. Dat is mooi en liefdevol, maar is wel een verandering die om aanpassing vraagt. Daarbij zijn er de gebroken nachten, de irritatie, het afstemmen, regelen van veel praktische en financiële zaken, veel keuzes maken: wie gaat naar dat feestje, welke worden overgeslagen, is er een oppas in de buurt, welke vrienden zijn het investeren waard en welke niet, is sporten er nog bij en voor welke ouder? Aanpassen, inleveren, incasseren. De dynamiek in een liefdesrelatie verandert intens.

En dan komen de stereotyperende vragen aan de moeder: hoeveel dagen ga je nu werken? Om nog maar te zwijgen van het kolven op werk – vindt maar eens een plek en de tijd – en het geven van de soms pijnlijke borstvoeding bij thuiskomst.

Patriarchaat
Terug naar Keira Knightley. Ze ontving veel kritiek op haar verhaal ‘The Weaker Sex’, gepubliceerd in dit boek. Ze zou niet van haar kind(eren) houden, haar tengere lichaam zou niet gemaakt zijn voor een zwangerschap en bijbehorende bevalling, ze zou spijt hebben van haar moederschap etc. Knightley sneed dit onderwerp aan, omdat het patriarchaat het zwijgen in stand houdt over het hele, werkelijke beeld.

Het Engelse woord voor patriarchaat is patriarchy. De host van de podcast, Scarlett Curtis, definieert patriarchaat als ‘het systeem van haat’. Wikipedia beschrijft het zo: ‘Een maatschappijvorm waarin vaders of meer algemeen mannen een dominante rol innemen. De term is afgeleid van patriarch, de titel van een geestelijke leider van het mannelijk geslacht’. Dat betekent niet dat alleen mannen dit systeem in stand houden. Sterker, ik denk dat steeds meer mannen vóór een geëmancipeerde samenleving zijn. Achter die zin, wilde ik het woord ‘Hulde!’ schrijven, maar toen dacht ik aan een uitspraak van feminist Chimamanda Ngozi Adichie. Die uitspraak gaat over racisme, maar voor de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen gaat ‘ie ook op: ‘Ongelijkheid tussen sekse had nooit mogen bestaan, dus je krijgt geen bonuspunt als je die ongelijkheid probeert te reduceren’.

De mensen, dus het patriarchaat, die kritiek hebben op Knightley’s visie houden liever vast aan de eenzijdige, rooskleurige versie van een zwangerschap. Volgens hen zouden vrouwen moeten doen waarvoor ze gemaakt zijn: zwanger worden, daarvan genieten, kinderen baren en een goede moeder zijn. Het is niet sociaal geaccepteerd om de mindere kant van een zwangerschap te uiten. Dat wordt in stand gehouden door de kritiek van het patriarchaat. Met deze kritiek willen ze bereiken dat Knightley inderdaad gaat twijfelen aan haar moederschap, willen ze voorkomen dat meer vrouwen van zich laten horen en willen ze vooral dat vrouwen zich volgens het stereotype beeld bewegen in de maatschappij.

Het verbaast me dat er zo weinig over de andere kant van de zwangerschap, de bevalling en het moederschap wordt gesproken. Ik was me er onvoldoende van bewust dat er aandacht is voor één kant. Alleen praten over deze rooskleurige kant leek zo ‘normaal’ en vanzelfsprekend… Dat laat zien hoe sterk de invloed van het patriarchaat is.

Wat denk je, zullen wij als vrouwen, toekomstige, kersverse of doorgewinterde moeders dit zwijgen doorbreken en de hele waarheid doorvertellen aan elkaar en aan ons (eventuele) nageslacht?