De rozen zullen bloeien

‘Rosan, ben je al toe aan koffie?’ Heerlijk, dacht ik.
‘Zeker, lekker opa’ en ik nam plaats aan tafel op de stoel tegenover hem.

‘Opa, er staat zo’n interessant stuk in Trouw. Het gaat over psychiater Esther van Fenema die werkt in een spreekkamer op de eerste hulp.
‘Oh, dan krijgt ze zeker veel ouderen te zien.’
‘Nou, het gaat om een psychiater, dus het zijn mensen die geestelijke problemen hebben en in het artikel staat dat er vooral jongeren op haar spreekuur komen. Omdat ze het leven niet meer zien zitten.
Opa herkende het, vooral wat er over wordt uitgezonden op televisie. Het is de prestatiegeneratie, ook wel de millennials of generatie Y, die in zwaar weer verkeert. Het leven wordt hen moeilijk gemaakt door de maatschappij, ouders met verwachtingen en bewust of onbewust druk opleggen en ook door henzelf; het zijn de eigen gedachten die een Y heel diep de put in kunnen praten.

Opa, inmiddels 87 jaar, vertelde zelf ook eens een psychiater te hebben bezocht in de tijd dat hij bouwde aan zijn carrière als econoom. De huisarts wist geen raad met klachten als extreme vermoeidheid, nergens zin in hebben, neerslachtigheid en verwees hem door naar een psychiater. Deze constateerde overspannenheid – nee, een burn-out bestond toen nog niet – met als oorzaak een te vol leven: een gezin, een studie en een voltijd baan. Een van die drie tijdelijk parkeren was geen optie: hij had verantwoordelijkheden. Er werd  behandeld met ‘een rustgevend medicijn’ zodat de gedachten geen obstakel meer vormden om zijn doel(en) te bereiken en kon voldoen aan de verwachtingen van hemzelf en van de mensen om hem heen.

Op een gegeven moment hoorde hij op de radio een liedje wat om zijn aandacht vroeg. Hij luisterde en zag in de verte een beetje licht bovenin die donkere put. Terwijl hij het liedje voor mij zong, zag ik zijn ogen vochtig worden.

“Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer
Door je tranen heen zul jij weer lachen
Net zoals die laatste keer
En al denk je “dat komt nooit meer
Dat komt nooit, nooit meer terug
Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer”

Het zullen een samenloop van omstandigheden zijn geweest waarom opa juist op dat moment het liedje hoorde, openstond voor de boodschap of er een eigen betekenis aan gaf en zijn gedachten kon ombuigen. Hij was gereed. Het liedje, en factoren die onbewust en bewust hebben bijgedragen om te komen tot dit moment, trokken hem langzaam uit die put omhoog.

Hij nam een slok van zijn koffie, keek bedachtzaam voor zich uit en vertelde dat hij op dat moment voelde wat hij langere tijd niet meer had gevoeld: hoop.

Het was voor hem het startsein om meteen te stoppen met het medicijn, maar de klachten keerden als een boemerang bij hem terug waarop hij weer plaatsnam in de spreekkamer van de psychiater. ‘Hij adviseerde me vriendelijk doch dringend het medicijn in een rustig tempo af te bouwen’, zei opa met een lach op zijn gezicht.
Enigszins verbaasd vroeg ik: ‘Hoelang heeft u dat medicijn dan geslikt?’
‘Nou, dat zullen jaren geweest zijn.’ Hij worp een blik op de klok en keek met verlangen naar zijn nog onafgemaakte Sudoku in de krant voor hem op tafel.