De naam is vulva

Dit onderwerp danste al enige tijd door mijn hoofd. Het schrijven van de zinnen verliep soepel, maar de keuze tussen publicatie en de prullenbak was minder makkelijk gemaakt.
Het geslachtorgaan van een vrouw is voor velen toch een beladen onderwerp en erover lezen kan dan wat ongemakkelijk aanvoelen. Doe ik dat de lezer aan? Bovendien ben ik me ervan bewust dat de oudere generaties meelezen. Ik neigde over te gaan tot zelfcensuur en alleen al die gedachte verdient onderzoek.
De bewustwording van mijn neiging tot zelfcensuur hielp. Wat maakt dat het ongemakkelijk is om te lezen of te praten over de vulva? De halve wereldbevolking heeft een vulva. Bovendien ben ik medeplichtig in het onthouden van belangrijke kennis en waarheden als ik dit artikel zou laten verstoffen in een digitale map. Publicatie it is.

Eerst de (globale) anatomie. De vulva bestaat uit alles wat je aan de buitenkant ziet:
Grote schaamlippen
Kleine schaamlippen
Clitoris (topje van de ijsberg daaronder)
Plasbuis
Vaginale opening, ook wel geboortekanaal

Zoals je hierboven leest, is de vagina slechts een deel van de vulva. De vagina is niet hét vrouwelijk geslachtsorgaan. Nog te vaak hoor ik mannen en vrouwen het woord vagina gebruiken als zij het geslachtsorgaan van de vrouw of het meisje bedoelen.
In mijn werk als jeugdverpleegkundige hoor ik ook veel benamingen voorbijkomen: haar meisje, spleetje, muts, voorbibs. Ouders vertalen dat dan naar mij als ‘vagina’. Vulva, lieve ouders. De naam is vulva.

Ruud de Wild lost het op zijn eigen wijze op: er helemaal geen woorden voor gebruiken. In een artikel op de website van Trouw vertelt hij: “Ik heb twee dochters van zeven en zestien waarmee ik over alles kan praten. Maar alle woorden voor het vrouwelijk geslachtsdeel zijn goor of zwaar. Vooral het drieletterwoord is een lomp, lelijk woord.” De naam is vulva, Ruud. Vulva.

Het goede voorbeeld
Niet alleen ouders, ook professionele instanties (Rutgers, Opvoeden.nl) gebruiken de naam vagina. Goed om hierbij te vermelden is dat Rutgers hèt kenniscentrum is over seksualiteit. De organisatie benoemt dat ‘vulva’ correcter is, maar gebruikt zelf ‘vagina’ in hun voorlichtingsmateriaal, want ‘dat is het meest ingeburgerd’. Tja, als je de foutieve benaming blijft gebruiken in voorlichtingsmateriaal komt er ook nooit een eind aan het gebruik van een foutieve naam.

Door de (persoonlijke) zoektocht (lees: zijn verlegenheid en/of onwetendheid over het geslachtsorgaan van de vrouw) van Ruud de Wild, mochten NPO Radio 2-luisteraars eind 2018 stemmen op het woord dat zij het meest geschikt vonden voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. Vijfduizend luisteraars stemden en ‘Poenie’ kwam als winnaar uit de bus.
Poenie komt van het Surinaamse woord ‘punani’ wat letterlijk ‘vagina’ betekent. Dus niet het geslachtsorgaan van de vrouw kreeg een andere naam, maar het woord vagina kreeg een andere naam.

Nu hoor ik je denken: ‘Waarom deelt ze oud nieuws?’ Ik deel dit, vanwege de reactie van een woordvoerder van Rutgers. Ze vertelt dat ouders en leerkrachten het lastig vinden om over het vrouwelijk geslachtsorgaan te praten. Tot zover kan ik haar volgen, maar dan komt het: ze is daarom blij met poenie! “Poenie en piemel past ook bij elkaar.”

Er moet dus een nieuwe naam komen, omdat ouders en leerkrachten het moeilijk vinden om over het vrouwelijk geslachtsorgaan te praten. Is dat niet de omgekeerde wereld? Misschien kan Rutgers beter investeren om ouders en leerkrachten van die verlegenheid af te helpen. Heel misschien, ideetje hoor, kan dat door de juiste naam te gaan gebruiken voor het vrouwelijke geslachtsorgaan. Bijvoorbeeld, tja, in hun voorlichtingsmateriaal misschien?

Emancipatie in een nieuwe generatie
Dat ouders (en radio dj’s), leerkrachten en zelfs professionele instanties het woord ‘vagina’ aanhouden als zij vulva bedoelen, is veelzeggend over de (ongelijke) verhoudingen tussen mannen en vrouwen:

1. Censuur. Door vagina te zeggen negeren we met taal het visuele aspect van de vrouwelijke anatomie: de clitoris en de labia. We negeren daarmee het vrouwelijk genot. ‘Vagina’ houdt de aandacht op heteroseksueel mannelijk plezier. (Eén woord: patriarchaat).

2. Onwetendheid. Door het vrouwelijks geslachtsorgaan aan te duiden met ‘vagina’ denken veel mannen dat vrouwen alleen plezier halen uit penetratie – ook daar is op gebied van emancipatie nog veel te winnen. Hopelijk draagt het gebruik van de juiste naam bij aan hun kennis over het vrouwelijk geslachtsorgaan en vertaalt zich dit onder de dekens.

Dus hoe jonger meisjes en jongens weten hoe hun geslachtsorgaan en die van de andere sekse werkelijk heet, hoe beter. We willen tenslotte graag naar een geëmancipeerde samenleving. Laten we ook hierin het goede voorbeeld geven, anderen verbeteren of hun gestuntel onderbreken door ‘vulva’ te benoemen en ons verweren tegen opmerkingen als ‘waar doe je moeilijk over, het is maar een naam’.

Vulva is de enige juiste naam voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. Taal is een precisie-instrument. Gebruik het als zodanig.

Kenau

Laatst hoorde ik iemand ‘Kenau’ zeggen. In deze context: “Nou, ik had precies hetzelfde. Vorige week belde ik met de afdeling Technische Dienst. Ik kreeg toen ook een kenau aan de lijn. Zou het komen door de maandagochtend?”

Ik was het, die deze zin uitsprak.

Mijn collega staarde me voor een paar seconden aan en zei vervolgens: “Ik hoor jou nu het woord Kenau zeggen, maar was het een vrouw met wie je telefoneerde? Op die afdeling werken toch alleen mannen?”
Hoog en laag beweerde ik dat dit woord ook prima op mannen van toepassing kan zijn. Waarom niet? Het lukte me niet om mijn collega te overtuigen en ze zocht het op. De eerste treffer leverde deze informatie op: Kenau – Vrouw die zich onvriendelijk, bazig en onvrouwelijk gedraagt; bazig manwijf. Vernoemd naar Kenau Simonsdochter Hasselaer die bekend werd door haar verzet tijdens de belegering van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Van Dale doet het niet veel beter. Kenau – Bazige vrouw, manwijf vernoemd naar Kenau Simonsdochter Hasselaer die tijdens het beleg van Haarlem in 1572 en 1573 moedig streed.

Het hele verhaal rondom Kenau is het lezen, of het kijken – in 2014 is de film Kenau verschenen – waard. Voor nu beperk ik me tot de belangrijkste feiten.
Haar rol bij het versterken van de Haarlemse stadsmuur is door een geleerde opgemerkt en beschreven. Johannes Arcerius schrijft […] een zeer mannelijke vrouw, die met recht een mannin genoemd kan worden. Het gaat om een vrouw op jaren, die met geld, werk en wapens het algemeen belang dient, en met hoon en scherts zonder ophouden de vijand kwelt en tergt.

Klinkt positief in mijn horen.

Toen haar man overleed, nam ze de scheepmakerij over. Niet de administratie; ze werd zelf scheepmaker. Ze was geen vrouw die zich makkelijk opzij liet zetten. Ze reisde naar  verschillende steden en nam belangrijke functies in die zeer ongebruikelijk waren voor een vrouw. Om dat voor elkaar te krijgen, moest de rechter zich er soms mee bemoeien.

Terug in Haarlem kwam ze in conflict met het stadsbestuur, omdat ze nog een geldbedrag kreeg. De roddels kwamen op. Ze werd uitgemaakt voor heks – het lot van meer eigenzinnige vrouwen in de zestiende eeuw.

En dan het mysterie rondom haar dood. Ze vertrok alleen met haar boot naar Noorwegen. Niemand heeft haar weer (terug)gezien.

Sinds 2008 bestaat er in de gemeente Haarlem de Kenau Hasselaer-prijs; een jaarlijkse onderscheiding voor een initiatief op het gebied van emancipatie.
Als ik een duit in het zakje mag doen? Laten we met z’n allen het woord Kenau niet gebruiken als ‘scheldwoord’. En voor Van Dale: schrap de huidige definitie van Kenau. Het sluit niet aan bij haar heldhaftige optreden, het is achterhaald en het is seksistisch.