Baarmoederparadox

Even leek het erop dat mijn activistische vlammetje uitdoofde door de veelheid van dingen die het leven met zich kan meebrengen. Plotseling wakkerde het weer aan. De aanleiding was een combinatie van een boek over de geschiedenis van vrouwen en psychiatrie van 1800 tot heden en een artikel van De Volkskrant met de kop: ‘Bij de biologische producten van Yoni staan ‘menstruatie’ en ‘vagina’ prominent op de verpakking.

Ik neem je eerst mee in een korte uitleg over deze twee bronnen. In het boek ‘Gek, slecht en droevig’ beschrijft Lisa Appignanesi dat veel ‘artsen’ in de periode 1800-1900 de oorzaken van krankzinnigheid zochten in de geslachtsorganen van vrouwen, en met name in de baarmoeder en rondom de menstruatie. Uiteraard was dit voordat Freud op het toneel verscheen. Op z’n zachtst gezegd waren de mannelijke onderzoekers nogal in hun nopjes over hun eigen aannames. Hoewel een gedegen onderzoek niet bevestigt dat er een verband was, bleef dit verzinsel de vrouwen ruim een eeuw achtervolgen in hun behandeling van krankzinnigheid – als daar al sprake van was. 

Het artikel van De Volkskrant gaat over het biologisch katoenen menstruatieproduct van Yoni. Ondernemer Mariah Mansvelt Beck vertelt dat de niet-biologische menstruatieproducten synthetisch en geparfumeerd zijn. En er zou plastic inzitten. Het artikel wijdt uit over het taboe rondom menstruatie, menstruatieproducten en menstruatie-armoede. Als bedenker van Yoni verkoos Mansvelt Beck daarom de woorden ‘vagina’ en ‘menstruatie’ boven een afbeelding van maandverband met zogenaamd blauw of roze bloed op de verpakking. 

Vervolgens struinde ik een paar dagen daarna op de website van WOMEN Inc. en ondertekende ik de petitie ‘Stem gendergelijkheid’, voor een samenleving waarin vrouwen en mannen dezelfde kansen hebben. Onderaan de petitie stond de vraag: ‘Kun jij nog andere onderwerpen bedenken waar de politiek zich volgens jou hard voor zou moeten maken?’

Taboe
‘Menstruatie-armoede’, typte ik in het venster en drukte op de knop ‘verzenden’. De vraag en het antwoord sudderden nog na in mijn gedachten. Eerder las ik in het artikel van De Volkskrant dat er een taboe ligt op menstruatie. Herken ik dat bij mijzelf of mijn omgeving?
In mijn ouderlijk huis werd er niet openlijk gesproken over menstruatie. Of op z’n Ruttiaans: ik kan het mij niet actief herinneren. In de toiletruimte zag ik geen menstruatieproducten liggen en ik legde ze er zelf ook niet neer.
Op de middelbare school pakten klasgenoten heel vlug – als niemand keek – menstruatieproducten uit een tas of kluisje om het daarna zo snel mogelijk in een broekzak of zak van een hoodie te proppen. Op mijn sportvereniging ging het er heel anders aan toe. Binnen het team spraken we er heel open over en bij deze vriendinnen thuis zag ik doosjes tampons en maandverband in het toilet staan. Ik realiseer me nu dat ik dat vreemd vond. Wat wist ik toen.  

Ik vermoed dat de taboesfeer zich niet beperkt tot menstruatie alleen. Toen ik een aantal jaar geleden een spiraaltje liet plaatsen en dit deelde met een vriend, zei hij: ‘Aaah, dat soort dingen hoef ik echt niet te weten’. Een In ’t Veld laat zich niet zomaar uit het veld slaan, dus ik zei: ‘Tjonge, ik had jou geëmancipeerder ingeschat dan deze opmerking.’ Daar kon hij mij alleen maar gelijk in geven. 
En een tijd geleden sprak ik met de partner van mijn broer over voorbehoedsmiddelen. Ik had het woord ‘spiraaltje’ amper in de mond genomen, toen een van mijn broers met gefronste wenkbrauwen zei: ‘Kunnen we het alsjeblieft over iets anders hebben?’

Onderwerpen gerelateerd aan de baarmoeder zijn niet altijd een taboe. Als een vrouw zwanger is, een kind draagt en laat groeien in haar baarmoeder, is iedereen (meestal) ontzettend blij en praten we er open over. Als een vrouw menstrueert, daarvoor menstruatieproducten gebruikt, lijdt aan menstruatiepijn of een voorbehoedsmiddel zoekt of gebruikt, wordt het ineens ingewikkeld en praten we er niet over.

Ik noem dat de baarmoederparadox. 

Voor de goede orde: ik ken ook veel mannen en vrouwen in mijn nabije omgeving die wel praten over deze onderwerpen. En er zijn veel mannen en vrouwen die open staan voor feedback, ervan leren en hun schaamtegevoel langzaam van zich af laten glijden.

De tijd werkt ook in ons voordeel. Zo zet het merk Yoni dus de woorden ‘menstruatie’ en ‘vagina’ op de verpakking van hun menstruatielijn. Hulde! En ook artiesten dragen hun steentje bij. Een paar jaar geleden bracht Lilly Allen het nummer Sheezus uit waarin ze de volgende tekst zingt:

Periods, we all get periods.
Every month, yo, that’s what the theory is
It’s human nature, another cycle.

En dat is precies wat het is. Het is de menselijke natuur. We kunnen toch gewoon praten over menstruatie, net zoals we praten over een embryo dat in de baarmoeder groeit? Door te praten, trekken we het uit de taboesfeer en kunnen we ontzettend veel (jonge) vrouwen helpen aan gelijke kansen.

Armoede
Menstruatie-armoede is in Nederland namelijk een groot probleem. Plan International en feministisch platform De Bovengrondse hielden een onderzoek onder ruim duizend meisjes en vrouwen. Het resultaat: één op de tien vrouwen tussen de 12 en 25 jaar heeft weleens te weinig geld voor tampons of maandverband. Zo’n twee procent heeft een tampon of maandverband hergebruikt vanwege de kosten. Ook gebruiken vrouwen soms kranten, toiletpapier of vodden om menstruatiebloed op te vangen. Ook kwam naar voren dat vrouwen tijdens de menstruatie vaak bezuinigen op hun eten. 

Wat zijn de gevolgen meisjes en vrouwen? Het kan zorgen voor ongemak omdat het menstruatiebloed lekt door de onderbroek en broek. Vrouwen dragen een tampon uit nood vaak langer dan wordt aangeraden en dat kan leiden tot irritaties en infecties. Ook zijn de maatschappelijke gevolgen groot: veel meisjes missen schooldagen. Dagen waarop ze zouden moeten leren en waarop ze plezier zouden moeten hebben met hun leeftijdsgenoten. Ze hebben daardoor structureel ongelijke kansen dan de jongens van hun leeftijd.

Omdat we menstruatie al een ongemakkelijk onderwerp lijken te vinden, praten we er niet over. Door er niet over te praten, houden de we menstruatie-armoede in stand. Hoe normaler iets aanvoelt, hoe makkelijker we erover praten en hoe beter we kunnen zorgen voor gelijke kansen voor meisjes en vrouwen die kampen met menstruatie-armoede.

De politiek
Hoeveel Nederlanders precies te maken hebben met menstruatie-armoede is niet onderzocht. Er is te weinig grootschalig onderzoek naar gedaan. Dat schetst uitstekend de treurigheid van het huidige, landelijke politieke beleid. 

In 2019 zette Lillianne Ploumen het onderwerp op de agenda door Kamervragen te stellen over de Schotse plannen. Het Schotse parlement stemde unaniem in om een einde te maken aan de period poverty (menstruatie-armoede). Tampons en maandverband worden in Schotland vrij verkrijgbaar op openbare plekken als buurtcentra, jeugdclubs en apotheken. 

Het antwoord van de toenmalige minister Bruins van Medische Zorg op de Kamervragen van Ploumen: “In Nederland is het kabinet voorstander van een integrale aanpak van de oorzaken van armoede.” Specifieke maatregelen tegen ‘dit deelaspect van armoede’ achtte hij daarom niet nodig. Met ‘integrale aanpak’ bedoelt Bruins dat het de taak is van de 352 verschillende gemeenten, want: “zij kennen de lokale situatie en kunnen maatwerk bieden.”

En hup, met een paar zinnen is het onderwerp van de landelijke politieke tafel geveegd. En daarmee het vooruitzicht op meer structurele gelijke kansen voor alle vrouwen. Ik schrijf hier bewust ‘alle’, want als ik Bruins moet geloven, willen we dus een land waarin gemeenten zelf mogen bepalen hoe ze dit probleem oplossen. Het gevolg kan dus zijn dat er in de ene gemeente menstruatieproducten wel vrij verkrijgbaar zijn en in de andere niet. Hoe ziet de minister c.q. het kabinet dat voor zich?

Ten tweede is het natuurlijk de vraag of dit een armoedekwestie is. Er is sowieso sprake van structurele ongelijkheid bij alle vrouwen (met een baarmoeder). Vrouwen krijgen voor hetzelfde werk structureel minder loon dan mannen. Dat is krankzinnig. En die krankzinnigheid wordt versterkt als je je bedenkt dat vrouwen extra kosten kwijt zijn doordat ze een baarmoeder hebben. Iets waar ze (in veel gevallen) niet voor hebben gekozen. Zo worden de kosten voor menstruatieproducten geschat op €1.459,20 per mensenleven. Dus om antwoord te geven op mijn eigen vraag: nee. Het is niet enkel een armoedekwestie. 

Op landelijk niveau gaat de baarmoederparadox dus ook op. Als vrouwen zwanger zijn en moeten bevallen van een kind, krijgen ze de hulp en de zorg die daarvoor nodig zijn en wordt dit grotendeels vergoed door de zorgverzekeraar. Dat is toch echt landelijk en niet gemeentelijk geregeld. Maar er wordt niet thuisgegeven bij een tegemoetkoming in de kosten voor menstruatieproducten.

Niet getreurd. Binnen niet al te lange tijd gaat er – hopelijk – een ander wind waaien door politiek Den Haag. Toch zal het nog wel even duren voordat we een geëmancipeerde minister voor Medische Zorg of Volksgezondheid kunnen verwelkomen.
Tot die tijd zou ik Tweede Kamerlid Ploumen willen adviseren om de minister voor Emancipatie te benaderen. In de kern gaat het om structurele kansenongelijkheid voor vrouwen. Het raakt vrouwen. Ik weet dat de minister alleen gaat over LHBTI-Emancipatie. Dus het wordt hoogtijd dat er een V wordt achter geplakt #LHBTIV

Geëmancipeerd opvoeden

“Hoe zou je Kim beschrijven?”, vraag ik aan een moeder. Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn, zoals vaak wanneer ik deze vraag stel. Op het scherm van mijn werktelefoon zie ik dat we twintig minuten met elkaar in gesprek zijn. Door het coronavirus zijn de gesprekken met ouders telefonisch en dat is zowel voor mij, als jeugdverpleegkundige, als voor de ouders toch even wennen. Ik laat de stilte haar werk doen en wacht het antwoord af.
“Ze is sociaal, gevoelig, ze heeft een sterke eigen wil en ze is heel zorgzaam”, deelt de moeder van Kim. “Ze denkt aan anderen en ze wil graag het goede voor een ander”, vervolgt ze. Ik hum, in afwachting van een vervolg. “Dat kan ze echt heel goed.”

Het is niet voor het eerst dat een vader of moeder zijn of haar kind als ‘zorgzaam’ omschrijft. Twee punten vallen me hierbij op:

  • Ouders benoemen deze eigenschap alleen bij hun dochter
  • Ouders zien zorgzaamheid als een positieve eigenschap

Is het toeval dat ouders alleen hun dochters zorgzaam noemen? En is zorgzaam inderdaad positief?

Zorgzaam
Om die vragen te beantwoorden gaan we eerst terug naar de basis: wat betekent zorgzaam? Van Dale omschrijft zorgzaam als: goed (voor iemand), zorgend. Op de website van Encyclo zie ik nog een aantal definities:

Zorgzaam: met aandacht voor anderen als karaktereigenschap. Voorbeeld: ‘een zorgzame moeder’.

Zorgzaam: 1) Behoedzaam 2) Bezorgd 3) Lief 4) Met aandacht voor anderen 5) Moederlijk 6) Steeds zorgend 7) Toegewijd 8) Vol toewijding 9) Vol zorg 10) Voorzichtig 11) Waakzaam 12) Weiger 13) Weigerlijk 14) Zorg en liefde tonend 15) Zorgvuldig

Zorgzaam: Zorgzaam is het zorgen voor een ander met als doel dat een ander zich op zijn gemak voelt. Het zorgzaam zijn zit vaak in iemands karakter. Wanneer men aandacht heeft voor anderen en betrokkenheid toont bij wat er leeft bij de medemens is dit zorgzaam. In de zorg werken vaak mensen die zorgzaam zijn.

Een enkele definitie verwijst naar de vrouwelijke sekse. Wat ik bij iedere definitie lees, is dat zorgzaam gedrag in het teken staat van een ander.

Opvoeders
Ik durf te stellen dat zorgzaam gedrag bij meisjes en vrouwen als passend wordt ervaren door een stereotype gedachtegoed. De definities hierboven, mijn ervaring in mijn werk met ouders en hun kind en mijn vrouw-zijn bevestigen dat beeld. En misschien zien we het op grotere schaal terug in de hoeveelheid vrouwen die werkt in de gezondheidzorg (verzorgende, verpleegkundigen, artsen, psychologen en paramedici).

Ook zie en hoor ik terug dat de omgeving zorgzaamheid bij meisjes en vrouwen ervaart als iets positiefs. Door gedrag te benoemen en hierover complimenten te geven, laten we het kind merken dat het gedrag dat hij of zij vertoont, goed of niet goed is. Gevoelig als kinderen zijn voor aandacht, erkenning en goedkeuring, gaan kinderen door met bepaald gedrag. De aandacht wordt zijn of haar stimulans om het gedrag voor te zetten. In het geval van veel meisjes gaan zij door met het vertonen van zorgzaam gedrag.
Daarbij kopiëren kinderen gedrag van rolmodellen van hetzelfde geslacht. Ze ziet het zorgzame gedrag terug bij haar opvoeder en medeopvoeders zoals oma, tante, nichten, leerkrachten, of bij film- en boekhelden etc. Ook kijkt ze op naar vrouwen in de maatschappij, ziet welke rollen en beroepen zij aannemen en gaat dezelfde richting uit.

Bewustzijn
Ik vermoed dat het bij velen een aangeleerde, gekopieerde eigenschap is. Onze maatschappij, bestaande uit mensen, houdt nog te vaak vast aan het stereotype beeld van een zorgzaam meisje en een zorgzame vrouw. Veel meisjes en vrouwen zijn zich nog onvoldoende bewust van in welke rollen zij worden geduwd c.q. zich laten duwen. Veel opvoeders en medeopvoeders zijn zich er onvoldoende van bewust in welke rollen zij meisjes en jongens duwen met hun woord en gedrag. En die onbewustheid maakt het onmogelijk om verandering in gang te brengen. Die onbewustheid staat een geëmancipeerde samenleving in de weg.

Dus lieve opvoeders, als we willen dat mannen en vrouwen gelijk zijn aan elkaar, zouden we daarmee al bij onszelf en in de opvoeding moeten beginnen. Als het kind gedrag laat zien, zouden we ons moeten afvragen of dit kind echt zo is, of dat dit gedrag voortkomt uit stereotype bevestigingen in de vorm van woord en gedrag van jouzelf, grootouders, familieleden, oppas, leerkracht, trainer, reclame, films, boeken, etc. Dat vraagt van een ouder een hoog bewustzijnsniveau en begeleiding van het kind.

Om deze alinea niet helemaal somber te eindigen, breng ik enige nuance in. Er zijn zeker opvoeders en medeopvoeders die verder zijn op het gebied van emancipatie, een hoog bewustzijnsniveau eigenen waardoor het kind zich volledig naar zijn of haar eigen wensen en behoeften kan ontwikkelen. Later meer hierover.

Nature-nurture
Dan rijst nu natuurlijk de vraag: kan het gedrag niet aangeboren zijn? Ik ben me ervan bewust dat ik me begeef op gevaarlijk terrein, het terrein van het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat); een complex vraagstuk waar niemand het antwoord op heeft. Ik ook niet. Waarom zouden we dat willen? Hoe interessant en waardevol is deze vraag nu eigenlijk?

Met de vraag wat bij de twee seksen aanleg of opvoeding is, zetten we twee groepen tegenover elkaar. Meisjes en vrouwen aan de ene kant, jongens en mannen aan de andere kant. We zoeken we naar datgene wat een meisje echt een meisje maakt en een jongen echt een jongen.
Het enige wat we weten is dat het lichaam van een vrouw en man van elkaar verschilt. Qua karakter, gedrag en interesses bestaat ieder individu uit een individueel pakket. Met het generaliseren van karaktereigenschappen naar sekse, en dus met het nature-nurture-debat, doen we ieder uniek individu tekort.

Hoe we een individu tekort doen? Neem het stereotype gedachtegoed dat jongens en mannen niet praten over emoties. Inmiddels weten we dat jongens en mannen dit minder vaak doen, omdat dit het beeld is dat de maatschappij heeft van de stereotype man. Het niet praten over gevoelens van een jongen wordt door opvoeders en hemzelf bekrachtigt en bevestigt, omdat hij daarmee lijkt te voldoen aan de eisen van hoe de stereotype jongen of man zou moeten zijn. Al in de jongvolwassenheid krijgen veel mannen te maken met depressies, suïcidale gedachten en/of verslavingen, omdat ze nooit leerden om op een gezonde manier met hun gevoelens om te gaan. Emma Watson, UN Women Goodwill Ambassador legt dit heel helder uit in haar UN speech ‘HeForShe’.

Helaas weten veel ouders en medeopvoeders dit niet en worden de stereotype ideeën over ‘de jongen’ en ‘het meisje’ nog steeds verspreid. Zo schrok ik van wat ik las op de website van Ouders van Nu. Naast een website brengt Ouders van Nu ook een maandelijks tijdschrift uit en wordt het gezien als een laagdrempelige bron voor het ouderschap en de opvoeding. Dit platform schrijft op hun website letterlijk: “bij jongens is de voorkeursmanier van sociale interactie fysiek met elkaar bezig zijn en dingen doen. Jongens communiceren op een andere manier dan meisjes en praten niet over gevoelens en emoties.”

Need I say more?

Zelfzorg
Ook meisjes en vrouwen doen we tekort bij het idee dat zij zorgzaam moeten zijn. Haar vrijheid wordt ontnomen of ze moet een strijd leveren om zich als niet zorgzaam te ontwikkelen. En aan zorgzaamheid kleeft nog een ander probleem.

In dezelfde week sprak ik twee ouders aan de telefoon met ongeveer hetzelfde verhaal. Een moeder vroeg om advies omdat haar dochter zorgzaam is en daarmee voorbijgaat aan haar eigen wensen en behoeftes. Het lukt dit meisje van zes jaar met veel moeite om iets te kiezen als haar moeder haar een keuze voorhoudt. Regelmatig kiest ze dan toch iets wat haar zusje haar in haar oor fluistert of waarvan ze denkt dat haar moeder die voorkeur heeft.
Ook op school speelt dit zorgzame gedrag. De leerkracht sprak twee klasgenootjes streng toe en zei: “Als jullie nu niet opruimen, mag je straks geen filmpje kijken”. Dit meisje hielp mee met opruimen omdat ze het zielig vond voor haar klasgenootjes.

Gelukkig was deze moeder bewust van het gedrag dat ze bij haar dochter zag; door het zorgzame gedrag was ze overmatig bezig met anderen. Ze cijferde haar eigen behoeftes, verlangens en wensen weg. Dit fenomeen is terug te zien bij veel meisjes en vrouwen. Dat maakt dat ik huiverig kijk naar zorgzaamheid, bij zowel meisjes als jongens.

Met deze moeder besprak ik de mogelijkheden van yoga, mindfulness en meditatie voor kinderen. Allemaal manieren om je aandacht te richten op datgene wat het meest van belang is: jezelf.