Wit privilege

In de wachtkamer zitten twee meisjes op een witte kunststof Ikea-stoel. “Hallo, ben jij misschien Ezra*?” Ik kijk naar de oudste van de twee. Ze draagt een mooie glimlach en een lichtbruine hoofddoek. Vragend kijkt ze vanuit haar stoel naar boven, lacht en schudt haar hoofd.
“Ezra is mijn zusje”, en ze draait haar hoofd naar het meisje naast haar. Ook van haar ontvang ik een glimlach. Ik verontschuldig me en steek mijn hand uit naar Ezra. Gedrieën lopen we door de gang naar de spreekkamer, toen we achter ons een zwaardere stem hoorden.
“Papa, wat doe jij hier?”, hoor ik de oudste vragen.
“Ik heb toch tijd dus ik wil er nu ook bij zijn”, klonk de zware stem.

Ik zit op een stoel achter een groot bureau met een computer aan mijn rechterkant. Aan de overkant van de tafel zit vader, op zijn schoot zijn dochter van een jaar of vijf, rechts van hem Ezra en links aan het hoofd zit de oudste zus op een kruk. Mijn ogen blijven iets langer op die van haar gericht. “Mijn vader kon eerst niet meekomen door zijn werk, maar hij is er toch”, verklaart ze. “Dus nu zijn we met z’n allen”, ze kijkt haar vader lachend aan en ik volg haar blik. Zijn gezicht glimt van het vocht en ik kan zien van wie zijn dochters hun lach hebben geërfd.

“Fijn dat u alsnog kan komen, leuk om hier met zovelen te zijn”. Vader heeft geen vragen, de vragenlijsten zijn wel ingevuld en meegebracht. Ik schuif ze met mijn hand naar me toe en mijn aandacht blijf bij het eerste vel papier hangen.
“Ezra, ik zie dat je van school bent veranderd”. Ik vraag wanneer dit was, en hoe ze het vindt op de school waar ze sinds een jaar op zit. Ze vertelt dat ze het heel leuk vindt. Ik kijk haar aan en bedenk dat ik moet vragen of er een reden was voor de schoolwisseling…

“Ezra is weggegaan, omdat ze geen eerlijke kansen krijgt op de school waar ze eerst zat”, begint vader. Zijn stem klinkt harder dan net. “Ezra krijgt nu aandacht, maar op die andere school niet. Daar zat ze in een hoekje van de klas, samen met andere allochtone kinderen. Als ze haar vinger opstak, kreeg ze niet eens de beurt”.
Ik voel een koude rilling over mijn rug. Ik staar vader met grote ogen aan, in mijn linker ooghoek zie ik de oudste zus knikken. Hij gebaart met zijn handen om zijn verhaal meer kracht bij te zetten: “Op die witte school krijgen kinderen met een kleur geen gelijke kans. Hoeveel allochtone kinderen op een witte school krijgen een Havo- of VWO-advies?”, lijkt hij aan mij te vragen. “Waarom bij deze kinderen allemaal vmbo-t of lager op die witte scholen?!”

“Dat.. dat is racisme”, weet ik uit te brengen. De wenkbrauwen van de man tegenover mij gaan omhoog en hij kijkt mij aan. Dan verschijnt er weer die glimlach: “Ja, dat is het zeker! Nu zit Ezra op een zwarte school en daar wordt ze gezien, de meesten gaan naar Havo. Zij ook”, en hij prikt Ezra in haar zij.

Deze moedige man stelde zich kwetsbaar op en vond de kracht om een belangrijk verhaal te vertellen. Ik ben hem dankbaar, want dit is de enige manier om bewustzijn te creëren en de gevolgen van ‘ons’ gedrag onder ogen te komen. Dit verhaal deed mij denken aan het indrukwekkende en ook pijnlijke boek: Hallo witte mensen (aanrader!). Anousha Nzume schrijft treffend en met een vleugje humor over dit wit privilege en verborgen racisme van, jawel, witte (geen blanke!) mensen. Ze beschrijft haar eigen worstelingen en nare ervaringen, onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek.

Wit privilege is er. Verborgen racisme is er. We doen dat (vaak) onbewust, maar we doen het wel. Meer dan je denkt. Als we dat inzien, bereiken we al zoveel meer.

*Ezra is een gefingeerde naam.

Hersenen houden niet van veranderingen

Dankbaar voor de uitvinding van Google Maps, zet ik mijn fiets tegen de muur van het grijze gebouw. Mensen begroeten elkaar en lopen in groepjes naar de streng beveiligde deur. Drie beveiligde deuren verder – wat is dit voor ’n gebouw? – staat een grote tafel met naamkaartjes. Ik pluk de mijne er vanaf en loop door naar de ontvangstruimte.

Ik schenk thee in een kopje, zigzag me door de mensenmenigte en neem alvast plaats op een van de vele legen stoelen in de zaal. ‘Voorbij de grens’ projecteert de beamer met grote letters en daaronder de organisatoren: Veilig Thuis, De Waag, Buurteams Sociaal en Moviera.  Dit congres staat in het teken van seksueel grensoverschrijdend gedrag zoals seksueel misbruik, sexting, grooming en exhibitionisme. Het zijn geen thema’s om vrolijk van te worden. Mocht het onderwerp eens ter sprake komen tijdens een gelegenheid, veegt men het zo snel mogelijk van tafel.

Ook professionals kennen het vermijden, waar ook een woord voor is ontworpen: handelingsverlegenheid. Handelingsverlegenheid houdt in dat de professional niet handelt of weet te handelen ondanks dat er zorgen of signalen zijn over de jeugdige. Handelingsverlegenheid ontstaat uit onvermogen om (nog) adequaat te handelen en komt voort uit aarzelingen bij de professional zelf.

Dat was een kleine, niet geheel onbelangrijke uitstap. Terug naar het congres dat inmiddels is begonnen met een lezing van Jacqueline Kleijer werkzaam bij Pretty Women. Ze vertelt over ‘Sexting, Grooming en Sextortion’ en geeft inzicht over verleidingstechnieken van de dader.

‘Wie van jullie heeft de documentaire Leaving Neverland gezien?’. Een aantal handen gaan omhoog. Ik krabbel op m’n notieblok: docu neverland kijken.‘Wat vond je ervan?’, vraagt ze aan een deelnemer. De vrouw vertelde in alle eerlijkheid dat ze de familie van de slachtoffers niet helemaal zuiver vindt. ‘Het is toch raar dat je je kind van amper acht jaar laat spelen bij een man die je helemaal niet kent?’ Om mij heen hoor ik wat gehum en hier en daar zie ik mensen instemmend knikken.

Jacqueline luistert, ziet wat er gebeurt in de zaal. Van haar reactie die daarop volgt, druipt de deskundigheid: ‘Dit verhaal laat precies zien wat grooming is: het is een proces waarin de dader het slachtoffer langzaam maar zeker volledig in zijn macht krijgt. Eerst geeft de dader het potentiele slachtoffer het gevoel dat hij/zij heel bijzonder is. De dader gebruikt zijn charmes en bepaalde communicatietechnieken waardoor er een wig wordt gedreven tussen het slachtoffer en de familie en vrienden. De seksuele handelingen worden geleidelijk aan opgevoerd. Eerst wat stoeien, knuffelen en daarna wat meer intieme aanrakingen. Een deel van de handelingen kan in eerste instantie ook prettig aanvoelen, wat het des te verwarrender maakt.’

Tot slot belicht ze de kant van het slachtoffer. Het slachtoffer stelt zich kwetsbaar op, overwint (grotendeels) de schaamte na jarenlange worsteling en strijd om haar/zijn verhaal te vertellen en wat er dan gebeurt, is pijnlijk: mensen die hun verhaal in twijfel trekken.
En dat heeft een oorzaak. Hersenen moeten moeite doen om het gedachtengoed van de oorspronkelijke situatie te veranderen. Als mensen het verhaal geloven, moeten de hersenen het bestaande beeld bijstellen. Dat vraagt veel mentale inspanning en flexibiliteit. Niet iedereen wil dat en verzet zich er tegen. Men kiest voor de makkelijke weg door het huidige denkbeeld in stand te houden en zoekt naar argumenten om het verhaal van het slachtoffer te weerleggen.

Hoe denk jij nu over (de situatie rondom) Michael Jackson?