Geëmancipeerd opvoeden

“Hoe zou je Kim beschrijven?”, vraag ik aan een moeder. Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn, zoals vaak wanneer ik deze vraag stel. Op het scherm van mijn werktelefoon zie ik dat we twintig minuten met elkaar in gesprek zijn. Door het coronavirus zijn de gesprekken met ouders telefonisch en dat is zowel voor mij, als jeugdverpleegkundige, als voor de ouders toch even wennen. Ik laat de stilte haar werk doen en wacht het antwoord af.
“Ze is sociaal, gevoelig, ze heeft een sterke eigen wil en ze is heel zorgzaam”, deelt de moeder van Kim. “Ze denkt aan anderen en ze wil graag het goede voor een ander”, vervolgt ze. Ik hum, in afwachting van een vervolg. “Dat kan ze echt heel goed.”

Het is niet voor het eerst dat een vader of moeder zijn of haar kind als ‘zorgzaam’ omschrijft. Twee punten vallen me hierbij op:

  • Ouders benoemen deze eigenschap alleen bij hun dochter
  • Ouders zien zorgzaamheid als een positieve eigenschap

Is het toeval dat ouders alleen hun dochters zorgzaam noemen? En is zorgzaam inderdaad positief?

Zorgzaam
Om die vragen te beantwoorden gaan we eerst terug naar de basis: wat betekent zorgzaam? Van Dale omschrijft zorgzaam als: goed (voor iemand), zorgend. Op de website van Encyclo zie ik nog een aantal definities:

Zorgzaam: met aandacht voor anderen als karaktereigenschap. Voorbeeld: ‘een zorgzame moeder’.

Zorgzaam: 1) Behoedzaam 2) Bezorgd 3) Lief 4) Met aandacht voor anderen 5) Moederlijk 6) Steeds zorgend 7) Toegewijd 8) Vol toewijding 9) Vol zorg 10) Voorzichtig 11) Waakzaam 12) Weiger 13) Weigerlijk 14) Zorg en liefde tonend 15) Zorgvuldig

Zorgzaam: Zorgzaam is het zorgen voor een ander met als doel dat een ander zich op zijn gemak voelt. Het zorgzaam zijn zit vaak in iemands karakter. Wanneer men aandacht heeft voor anderen en betrokkenheid toont bij wat er leeft bij de medemens is dit zorgzaam. In de zorg werken vaak mensen die zorgzaam zijn.

Een enkele definitie verwijst naar de vrouwelijke sekse. Wat ik bij iedere definitie lees, is dat zorgzaam gedrag in het teken staat van een ander.

Opvoeders
Ik durf te stellen dat zorgzaam gedrag bij meisjes en vrouwen als passend wordt ervaren door een stereotype gedachtegoed. De definities hierboven, mijn ervaring in mijn werk met ouders en hun kind en mijn vrouw-zijn bevestigen dat beeld. En misschien zien we het op grotere schaal terug in de hoeveelheid vrouwen die werkt in de gezondheidzorg (verzorgende, verpleegkundigen, artsen, psychologen en paramedici).

Ook zie en hoor ik terug dat de omgeving zorgzaamheid bij meisjes en vrouwen ervaart als iets positiefs. Door gedrag te benoemen en hierover complimenten te geven, laten we het kind merken dat het gedrag dat hij of zij vertoont, goed of niet goed is. Gevoelig als kinderen zijn voor aandacht, erkenning en goedkeuring, gaan kinderen door met bepaald gedrag. De aandacht wordt zijn of haar stimulans om het gedrag voor te zetten. In het geval van veel meisjes gaan zij door met het vertonen van zorgzaam gedrag.
Daarbij kopiëren kinderen gedrag van rolmodellen van hetzelfde geslacht. Ze ziet het zorgzame gedrag terug bij haar opvoeder en medeopvoeders zoals oma, tante, nichten, leerkrachten, of bij film- en boekhelden etc. Ook kijkt ze op naar vrouwen in de maatschappij, ziet welke rollen en beroepen zij aannemen en gaat dezelfde richting uit.

Bewustzijn
Ik vermoed dat het bij velen een aangeleerde, gekopieerde eigenschap is. Onze maatschappij, bestaande uit mensen, houdt nog te vaak vast aan het stereotype beeld van een zorgzaam meisje en een zorgzame vrouw. Veel meisjes en vrouwen zijn zich nog onvoldoende bewust van in welke rollen zij worden geduwd c.q. zich laten duwen. Veel opvoeders en medeopvoeders zijn zich er onvoldoende van bewust in welke rollen zij meisjes en jongens duwen met hun woord en gedrag. En die onbewustheid maakt het onmogelijk om verandering in gang te brengen. Die onbewustheid staat een geëmancipeerde samenleving in de weg.

Dus lieve opvoeders, als we willen dat mannen en vrouwen gelijk zijn aan elkaar, zouden we daarmee al bij onszelf en in de opvoeding moeten beginnen. Als het kind gedrag laat zien, zouden we ons moeten afvragen of dit kind echt zo is, of dat dit gedrag voortkomt uit stereotype bevestigingen in de vorm van woord en gedrag van jouzelf, grootouders, familieleden, oppas, leerkracht, trainer, reclame, films, boeken, etc. Dat vraagt van een ouder een hoog bewustzijnsniveau en begeleiding van het kind.

Om deze alinea niet helemaal somber te eindigen, breng ik enige nuance in. Er zijn zeker opvoeders en medeopvoeders die verder zijn op het gebied van emancipatie, een hoog bewustzijnsniveau eigenen waardoor het kind zich volledig naar zijn of haar eigen wensen en behoeften kan ontwikkelen. Later meer hierover.

Nature-nurture
Dan rijst nu natuurlijk de vraag: kan het gedrag niet aangeboren zijn? Ik ben me ervan bewust dat ik me begeef op gevaarlijk terrein, het terrein van het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat); een complex vraagstuk waar niemand het antwoord op heeft. Ik ook niet. Waarom zouden we dat willen? Hoe interessant en waardevol is deze vraag nu eigenlijk?

Met de vraag wat bij de twee seksen aanleg of opvoeding is, zetten we twee groepen tegenover elkaar. Meisjes en vrouwen aan de ene kant, jongens en mannen aan de andere kant. We zoeken we naar datgene wat een meisje echt een meisje maakt en een jongen echt een jongen.
Het enige wat we weten is dat het lichaam van een vrouw en man van elkaar verschilt. Qua karakter, gedrag en interesses bestaat ieder individu uit een individueel pakket. Met het generaliseren van karaktereigenschappen naar sekse, en dus met het nature-nurture-debat, doen we ieder uniek individu tekort.

Hoe we een individu tekort doen? Neem het stereotype gedachtegoed dat jongens en mannen niet praten over emoties. Inmiddels weten we dat jongens en mannen dit minder vaak doen, omdat dit het beeld is dat de maatschappij heeft van de stereotype man. Het niet praten over gevoelens van een jongen wordt door opvoeders en hemzelf bekrachtigt en bevestigt, omdat hij daarmee lijkt te voldoen aan de eisen van hoe de stereotype jongen of man zou moeten zijn. Al in de jongvolwassenheid krijgen veel mannen te maken met depressies, suïcidale gedachten en/of verslavingen, omdat ze nooit leerden om op een gezonde manier met hun gevoelens om te gaan. Emma Watson, UN Women Goodwill Ambassador legt dit heel helder uit in haar UN speech ‘HeForShe’.

Helaas weten veel ouders en medeopvoeders dit niet en worden de stereotype ideeën over ‘de jongen’ en ‘het meisje’ nog steeds verspreid. Zo schrok ik van wat ik las op de website van Ouders van Nu. Naast een website brengt Ouders van Nu ook een maandelijks tijdschrift uit en wordt het gezien als een laagdrempelige bron voor het ouderschap en de opvoeding. Dit platform schrijft op hun website letterlijk: “bij jongens is de voorkeursmanier van sociale interactie fysiek met elkaar bezig zijn en dingen doen. Jongens communiceren op een andere manier dan meisjes en praten niet over gevoelens en emoties.”

Need I say more?

Zelfzorg
Ook meisjes en vrouwen doen we tekort bij het idee dat zij zorgzaam moeten zijn. Haar vrijheid wordt ontnomen of ze moet een strijd leveren om zich als niet zorgzaam te ontwikkelen. En aan zorgzaamheid kleeft nog een ander probleem.

In dezelfde week sprak ik twee ouders aan de telefoon met ongeveer hetzelfde verhaal. Een moeder vroeg om advies omdat haar dochter zorgzaam is en daarmee voorbijgaat aan haar eigen wensen en behoeftes. Het lukt dit meisje van zes jaar met veel moeite om iets te kiezen als haar moeder haar een keuze voorhoudt. Regelmatig kiest ze dan toch iets wat haar zusje haar in haar oor fluistert of waarvan ze denkt dat haar moeder die voorkeur heeft.
Ook op school speelt dit zorgzame gedrag. De leerkracht sprak twee klasgenootjes streng toe en zei: “Als jullie nu niet opruimen, mag je straks geen filmpje kijken”. Dit meisje hielp mee met opruimen omdat ze het zielig vond voor haar klasgenootjes.

Gelukkig was deze moeder bewust van het gedrag dat ze bij haar dochter zag; door het zorgzame gedrag was ze overmatig bezig met anderen. Ze cijferde haar eigen behoeftes, verlangens en wensen weg. Dit fenomeen is terug te zien bij veel meisjes en vrouwen. Dat maakt dat ik huiverig kijk naar zorgzaamheid, bij zowel meisjes als jongens.

Met deze moeder besprak ik de mogelijkheden van yoga, mindfulness en meditatie voor kinderen. Allemaal manieren om je aandacht te richten op datgene wat het meest van belang is: jezelf.

Hokjes, labels en stempels

Op een druilerige dinsdagmiddag zitten Adam* en zijn vader tegenover mij aan tafel. Adam zit in groep 7 van een nabijgelegen basisschool en komt voor de afspraak van het Preventief Gezondheidsonderzoek. We praten al wat langer met elkaar als zijn vader vertelt dat Adam sinds twee jaar de diagnose Klassiek Autisme heeft. Nadat ik met zijn vader hierover ben uitgepraat, richt ik mijn aandacht op Adam: “Hoe vind jij het dat je de diagnose Klassiek Autisme hebt?”. We hebben kort oogcontact. “Heel fijn”, zegt Adam. Hij draait zijn hoofd naar zijn vader en vervolgt: “Maar ik had liever gehad dat ik het eerder had geweten.” Zijn vader lijkt verast en vraagt naar de reden. Adam vertelt dat hij wel doorhad dat hij gewoon anders was. Even is het stil in de spreekkamer. Dan haalt Adam zijn schouders op en zegt: “Het was gewoon fijner geweest.”

Ik dacht lang na over die ene zin: ‘het was gewoon fijner geweest’. Het lukt Adam (nog) niet om zijn gevoel te verwoorden. Ik heb een vermoeden wat Adam met deze zin bedoelt. Ik ben blij met Adams komst, want naast dat het een mooie ontmoeting was, staat het schrijven over dit onderwerp al heel lang op mijn verlanglijstje.

Meten met verschillende maten
Als het om de geestelijke gezondheidszorg gaat, is de visie van (huidig) politiek Nederland: zolang er geen ‘problemen’ zijn, doen we niets. De signalen van een geestelijke aandoening kunnen dan wel duidelijk zijn, maar zolang er geen problemen door ontstaan, wordt er niets gedaan. Deze visie zou wel eens uit een rechts georiënteerde politieke hoek kunnen komen. Ik vermoed dat ‘bezuinigingen’ de voornaamste reden zijn.

Ik schrijf bewust ‘geestelijke aandoening’, want in de algemene gezondheidszorg gaat het er heel anders aan toe. Waar er volop tijd, aandacht en geld is voor de signalen van bijvoorbeeld huid- of borstkanker (wanneer er dus nog geen sprake is van pijn), moet een kind met signalen uit het Autistisch Spectrum wachten tot hij of zij echt tegen ‘problemen’ aanloopt. Of nee, niet het kind, maar tot de leerkracht tegen problemen aanloopt door het gedrag van het kind in de klas.

Allergisch voor diagnoses
Hulp- en zorgverlenend Nederland is aan de slag gegaan met deze visie en heeft zich de nieuwe werkwijze al goed eigen gemaakt. Bij hulp- en zorgverleners zie ik een soort allergische reactie ontstaan wanneer er wordt gesproken over het stellen van psychische diagnoses.
Tijdens gesprekken met professionals hoor ik vaak “als het kind problemen ervaart, gaan we niet meteen onderzoek doen om een diagnose te stellen” (ook al hebben professionals dus wel vermoedens). “We moeten kijken wat het kind nodig heeft om goed te functioneren.” Want, zo klinkt het argument, ‘een kind is niet altijd geholpen met een diagnose’. Dat klinkt alsof er in het belang van het kind wordt gedacht, maar is dit echt een betere manier of eigenlijk gewoon een goedkopere?

Een ander argument is dat een kind last kan hebben van zo’n label of stempel. Misschien is het goed om kritisch te kijken of deze bewering klopt. Opvallend vind ik dat ik deze uitspraak vooral van hulp- en zorgverleners hoor. De eerste ervaringsdeskundige die dit label als een last ervaart, heb ik nog niet ontmoet. Van mensen die op latere leeftijd een psychische diagnose krijgen, hoor ik vaak: ‘Had ik het maar eerder geweten’. Adam zei in mijn spreekkamer precies hetzelfde.

Natuurlijk kun je je afvragen of een diagnose altijd helpend is. Als we in een maatschappij leefden waarin iedereen elkaar zou accepteren en zou aansluiten bij de ander, dan zou dat zeker een optie kunnen zijn. Ik ervaar dat wij niet in zo’n maatschappij leven. De omgeving heeft diagnoses nodig, moet weten wat de ander heeft, voordat ze hem of haar volledig kunnen accepteren. En dat voelen de mensen om wie het gaat, jong of oud, als geen ander. Mensen zoals Adam.

In de praktijk
Ik ben me ervan bewust dat bovenstaande behoorlijk abstract klinkt. Hoe ziet dit verhaal eruit in de praktijk?
Een zesjarige jongen laat kenmerken zien uit het Autistisch Spectrum (dit was al gesignaleerd op de peuterspeelzaal). In groep 2 van de basisschool kan hij goed meekomen, hij vertoont geen leer- of gedragsproblemen. De school ziet dus geen reden om hulp in te schakelen, want er is ‘geen hulpvraag’.
De jongen vertoont thuis wel problematisch gedrag, want anders dan zijn leeftijdsgenoten durft hij niet te zwemmen en iedere nacht kruipt hij bij zijn ouders in bed. Hij heeft moeite om zindelijk te worden in de nacht. Hij heeft driftbuien. Het gedrag drijft zijn ouders tot wanhoop en slapeloze nachten. Het geduld van zijn ouders vermindert. Ze dringen aan op zwemles, want alle kinderen van deze leeftijd hebben zwemles.
Als de ouders dit niet bespreken met school, is de school niet op de hoogte van zo’n thuissituatie. En als de ouders wel iets delen, is de school terughoudend met het ondernemen van actie. Op school zijn er immers geen problemen, dus waarom geld uitgeven als het niet nodig is?

Maar is het echt niet nodig? En voor wie dan niet? Niet voor het kind of niet voor de school? Hoe zou deze jongen zich voelen als zijn ouders weten wat er met hem aan de hand is? Hoe zou hij zich voelen als hij wordt begrepen? Hoe zou het met hem gaan als zijn ouders hem milder en met meer geduld zouden benaderen? Wat zou dat doen met zijn prestaties op school?

Survival of the fittest
Misschien komt er nog een vrijblijvend advies vanuit school om naar een sociale werker te gaan. Sommige ouders pakken dit op, andere ouders niet. ‘Verantwoordelijkheid van de ouders’, wordt gezegd. Is deze eigen verantwoordelijkheid reëel? De ene ouder vindt nu eenmaal makkelijker de weg, voor de andere ouder is het hulpverleningssysteem een oerwoud waarin ze verdwalen en met een beetje geluk ergens onder aan de wachtlijst eindigen. Of ze ondernemen uit angst of onwetendheid helemaal geen actie.

Hoe ouder het kind, hoe meer hij doorheeft dat hij anders is dan anderen. Hij laat steeds meer gedragsproblemen zien en thuis loopt het uit de hand. Ook op school is zijn gedrag nu moeilijker. De leerkracht heeft de grenzen van zijn of haar kunnen bereikt en trekt aan de bel. En ja, als de leerkracht het aangeeft, komt er actie.

De actie komt soms in de vorm van onderzoeken, waaruit een diagnose volgt en hulpverlening eindelijk op gang komt. Soms wordt de hulpverlening langdurig ingezet, omdat er zo laat actie is ondernomen.
Een ander scenario is dat er niet eens onderzoeken worden gedaan en geen diagnose wordt gesteld. Sociale werkers gaan af op hun algemene kennis en deskundigheid (die meestal tekort schiet) en helpen de jongen en zijn ouders in de opvoeding. Dweilen met de kraan open.

We maken de balans op. Is het kind geholpen met deze werkwijze? En, zouden we onder aan de streep nu goedkoper uit zijn? Kop jij ‘m in?

 

 

*Adam is een gefingeerde naam