Eén woord, twee letters

Nu het coronavirus de wereld overwoekert, ondervindt niet alleen het RIVM maar ook ikzelf de gevolgen van de maatregelen hiertegen. Een andere levenshouding brengt andere gedachten met zich mee. Ze brengen me naar een voorval in de spreekkamer vlak voor de intelligente lockdown.

In de spreekkamer
‘Nee, ik wil mijn kleren liever aanhouden’, vertelt de elfjarige Selma. Ik kijk haar aan en ze beantwoordt mijn blik met een glimlach. Ik vroeg haar of ze zich wilde uitkleden tot hemd en onderbroek. De vraag die zowel het kind als mijzelf nachtmerries inboezemt.
‘Het is goed dat je aangeeft wat je wel en vooral niet wil. En ik luister er ook naar als je je grenzen aangeeft. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om naar je hele huid te kijken’, hoor ik mijn zachte stem een harde boodschap uitspreken.
Iedere keer voel ik de tegenstrijdigheid van deze vraag in mijn maag opborrelen. Een onderwerp waarover mijn professionele ik en mijn persoonlijke ik het niet eens kunnen worden. Het enige wat ik kan doen is ieder kind, dus ook Selma, meenemen in mijn beweegredenen.
‘Weet ik, maar ik wil het echt niet’, antwoordt Selma stellig. Ik bewonder haar daadkracht.
‘Oké, dan wegen we met je kleren aan en kijk ik naar een deel van je huid. Mag ik wel vragen waarom je je niet wil uitkleden?’. Ook deze vraag voelt eerder krom dan recht. Mijn geweten manoeuvreert zich naar de voorgrond: laat dat kind toch met rust, het heeft het recht om nee te zeggen zonder zich te hoeven verantwoorden.

Selma vertelt dat ze zich er niet fijn bij voelt. Ze heeft geen hemd aan. Nee, ze draagt ook geen topje. Het verbaast me. De vorm van haar beginnende borsten steekt af onder het strakke beige T-shirt. Haar moeder mengt zich in het gesprek, verdedigt dat ze Selma topjes heeft aangereikt maar dat haar dochter ze niet wil dragen.
Tijdens het gesprek met Selma gooi ik nog wat argumenten in de strijd voor het dragen van een topje, in de hoop dat Selma toch overstag gaat en bij thuiskomst een topje aantrekt. Informatie zenden en overtuigen: een dokterskwaal die af en toe nog de kop op steekt.

Keuze
Een simpele keuze bij mij thuis herinnerde me weer aan Selma en haar keuze. Het was weer een ochtend waarop ik in plaats van fietsend en treinend naar mijn werk, me thuis achter mijn laptop zou nestelen. Terwijl ik uit de douche stap en mijn handdoek om mijn lichaam vouw, valt mijn blik op mijn zwarte bh. Die dag laat ik ‘m onaangeroerd liggen, evenals de dagen die volgen. Ik realiseerde me dat ik iedere dag een keuze maak en dacht op dat moment aan Selma. Toen ik zo jong was als zij wist ik niet dat ik een keuze had. En dat ik ook nu een keuze heb om wel of geen bh te dragen. Toch?

Het besef over het bestaan van deze keuze zorgde in eerste instantie voor een zekere mate van vrijheid. Dat gevoel maakte al snel plaats voor reflectie: waarom adviseerde ik Selma destijds om een topje te gaan dragen? Waarom deed ik dat? Schaadt het niet dragen van een topje de gezondheid? Wil ik haar behoeden? Wil ik haar leren hoe je je kleed als (jonge) vrouw? Ik gaf haar advies, omdat ik niet beter wist. Het is geconditioneerd gedrag.

Dat antwoord creëert een nieuwe stroom aan vragen: Hoe is dit er zo ingeprent? Van wie moet ik haar dat adviseren? Van wie moet Selma een topje dragen? Waarom dragen vrouwen eigenlijk een topje of bh?

Bustehouder
Er opent zich een nieuwe wereld als ik het woord ‘bh’ zoek op Google. Ik start bij Wikipedia. Het platform is niet het meest betrouwbar, maar de hoeveelheid informatie is intimiderend: van het ontstaan (beginnend in de oudheid) tot sociale en culturele aspecten. Mijn opa leerde mij dat we de hedendaagse samenleving beter kunnen begrijpen met de kennis van vroeger, de geschiedenis. Dus daar gaan we dan. Een vogelvlucht.

Al in de oudheid droegen de Grieken en Romeinen wollen, katoenen of linnen verband om hun borsten plat te duwen en vast te houden. Het verhaal deed zich de ronde dat een strak verband de borstgroei tegenging. Kleine borsten en brede heupen was wat men graag zag. Dit figuur werd benadrukt door het dragen van strakke kleding. In de Middeleeuwen zagen we dit ook.
Vervolgens maakte de nauwe kleding plaats voor loszittende kleding tijdens de Renaissance. Vrouwen maakten toen voor het eerst kennis met de voorloper van het korset, dat ervoor zorgde dat de borsten uit elkaar werden geduwd zodat ze minder zichtbaar waren.
Maar, toen deed de Franse Revolutie z’n intrede. Het korset werd strakker, maar niet om de borsten weg te drukken, zoals bij de voorloper van het korset. Nee. Het korset benadrukte de volle borsten, de slanke taille en de brede heupen.
De bustehouder (bh) ontstond eind 1800 in het Westen en raakte in de eerste helft van de 20e eeuw ingeburgerd. De bh van nu hebben we te danken aan de kritiek op de te strakke, voor het lichaam ongezonde korsetten en een roep om een meer praktisch hulpstuk – waar de vrouw zich in kon bewegen – vanuit de feministisch hoek.

De schoonheidskwalen
Wat ik tussen de regels door lees, is dat vrouwen een schoonheidsideaal wordt opgelegd en deze ook nastreven. Maar waar komt dat schoonheidsideaal dan vandaan?
Schoonheidsidealen veranderen met de tijd en zijn vaak gericht op het uiterlijk van de vrouw. Ze worden verspreid en in stand gehouden door sociale media, televisie, reclames, films, series en muziekvideo’s. Dus door mensen. Door ons. Daar zijn we allemaal bij. En, wie o wie lijden het meest onder deze opgelegde idealen? Daarover meer in een volgende blog.

Womanhood
We weten nu meer van het ontstaan van de bh en we weten welke drijvende kracht dit allemaal aanstuurt: het schoonheidsideaal.
Het blijkt dat ik niet de eerste ben die vraagtekens zet bij het dragen van het kledingstuk. In de jaren 60 uitten feministen veel kritiek op de bh, omdat het werd gezien als een patriarchaal (weet je nog?) middel om de vrouw enkel te zien als uiterlijke verschijning en daarmee als een seksobject.
Het aantal vrouwen dat ontsnapt aan de bh steeg door de ‘Seksuele bevrijding’ in diezelfde tijd. De hippies lieten de bh links liggen als teken van seksuele bevrijding, waardoor de borst juist als iets seksueels werd gezien.
Beide groepen ontdeden zich van de bh, maar met geheel andere motieven. Het zorgde ervoor dat de boodschap van feministen veel minder sterk overkwam dan ze voor ogen hadden.

Seksisme
Nu ik deze weken in alle vrijheid zonder bh mijn dagen doorbreng, kijk ik voorzichtig vooruit naar de periode na corona. Zou ik het normale leven onder ogen kunnen komen zonder bh? Ik lees succesverhalen van vrouwen van nu die zich bijvoorbeeld aansloten bij de actiegroep ‘Free the Nipple’ of gewoon het dragen van een bh zat waren:

‘Het voelt vrij, stoer en vrouwelijk zonder bh’

‘Waarom zou het raar zijn als iemand je tepel ziet? Het is toch normaal dat je die hebt?’

‘Toen ik een BH droeg waren mijn borsten slapper, nu twee jaar later zijn ze steviger en heb ik nooit meer pijn bij het traplopen of rennen.’

‘Vanaf dat we klein zijn wordt ons geleerd hoe we een vrouw moeten zijn en welk kledingstuk we moeten dragen. Daar voel ik mij niet lekker bij.’

‘Geen bh dragen is voor mij een manier om eigenaar te kunnen zijn over mijn lichaam, om er zelf keuzes over te nemen.’

‘Ik kan niet meer van mijn borsten maken. Het is wat het is. Waarom zou ik doen alsof ze groter zijn met een bh?’

‘Ik kan mij vrijer bewegen zonder bh en ik vind mijn borsten ook mooier zo. Ik vind het fijn om mijzelf te accepteren zoals ik ben. Dat gun ik iedereen’.

Anderzijds lees ik ook verhalen waar mijn maag van samentrekt:

‘Een man liep meteen op mij af en zegt ‘heb jij je kippetjes losgelaten?’.

‘Soms kijken mensen net iets te lang en zie ik ze denken: doe normaal en trek eens een BH aan.’

‘Mijn baas heeft wel eens gevraagd of ik toch een bh wilde dragen op een beurs, anderen zouden zich namelijk ongemakkelijk kunnen voelen door de afwezigheid onder mijn t-shirt. Mannen zouden dan afgeleid kunnen worden.’

Vrijheid
Dus terugkomend op mijn vraag: zou ik zonder bh het normale leven weer onder ogen kunnen komen?

De Australische feministe Germaine Greer schreef eerder in het boek The Female Eunuch (1970): Bh’s zijn een absurde uitvinding, maar als je van het niet dragen van bh’s de regel maakt, onderwerp je jezelf gewoon aan een andere vorm van onderdrukking.’

Deze vrouw slaat de spijker op z’n kop. Enerzijds wil ik me niet conformeren aan het opgelegde (ideaal)beeld, de verwachting hoe een vrouw hoort te zijn en zich moet kleden. Ik wil als vrouw de vrijheid voelen om kleding te dragen die ik (niet) wil. Anderzijds zit ik niet te wachten op seksistische reacties van mannen en vrouwen (patriarchaat) als ik geen bh draag – wat onlosmakelijk met elkaar is verbonden. Dat doet me trouwens denken aan een andere klassieker. Vrouwen die in alle vrijheid de keuze maken om een kort rokje te dragen en bij aanranding reacties uit hun omgeving moeten incasseren als: ‘Tja, met het dragen van zo’n kort rokje roep je het toch een beetje op jezelf af.’ Met die beredenering ontneem je haar keuzevrijheid om te dragen wat ze wil.

En die beperking in mijn vrijheid voel ik ook bij de bh. Als het leven zijn eigenlijke vorm weer aanneemt, draag ik, nu heel bewust, een bh uit preventie: om blikken en opmerkingen van anderen over mijn borsten of over het feit dat ik geen bh draag te voorkomen. Ik geef dus liever mijn vrijheid op dan te moeten dealen met seksisme.

We leven in een vrij land, maar die vrijheid staat op het gebied van emancipatie bol van illusie; in de praktijk kunnen vrouwen vaker niet dan wel kiezen wat het hart hen ingeeft. Onze maatschappij is nog steeds zo ingericht dat vrouwen zich moeten aanpassen aan het gedrag van het patriarchaat. Voor hoelang nog, lieve medestrijders?

De naam is vulva

Dit onderwerp danste al enige tijd door mijn hoofd. Het schrijven van de zinnen verliep soepel, maar de keuze tussen publicatie en de prullenbak was minder makkelijk gemaakt.
Het geslachtorgaan van een vrouw is voor velen toch een beladen onderwerp en erover lezen kan dan wat ongemakkelijk aanvoelen. Doe ik dat de lezer aan? Bovendien ben ik me ervan bewust dat de oudere generaties meelezen. Ik neigde over te gaan tot zelfcensuur en alleen al die gedachte verdient onderzoek.
De bewustwording van mijn neiging tot zelfcensuur hielp. Wat maakt dat het ongemakkelijk is om te lezen of te praten over de vulva? De halve wereldbevolking heeft een vulva. Bovendien ben ik medeplichtig in het onthouden van belangrijke kennis en waarheden als ik dit artikel zou laten verstoffen in een digitale map. Publicatie it is.

Eerst de (globale) anatomie. De vulva bestaat uit alles wat je aan de buitenkant ziet:
Grote schaamlippen
Kleine schaamlippen
Clitoris (topje van de ijsberg daaronder)
Plasbuis
Vaginale opening, ook wel geboortekanaal

Zoals je hierboven leest, is de vagina slechts een deel van de vulva. De vagina is niet hét vrouwelijk geslachtsorgaan. Nog te vaak hoor ik mannen en vrouwen het woord vagina gebruiken als zij het geslachtsorgaan van de vrouw of het meisje bedoelen.
In mijn werk als jeugdverpleegkundige hoor ik ook veel benamingen voorbijkomen: haar meisje, spleetje, muts, voorbibs. Ouders vertalen dat dan naar mij als ‘vagina’. Vulva, lieve ouders. De naam is vulva.

Ruud de Wild lost het op zijn eigen wijze op: er helemaal geen woorden voor gebruiken. In een artikel op de website van Trouw vertelt hij: “Ik heb twee dochters van zeven en zestien waarmee ik over alles kan praten. Maar alle woorden voor het vrouwelijk geslachtsdeel zijn goor of zwaar. Vooral het drieletterwoord is een lomp, lelijk woord.” De naam is vulva, Ruud. Vulva.

Het goede voorbeeld
Niet alleen ouders, ook professionele instanties (Rutgers, Opvoeden.nl) gebruiken de naam vagina. Goed om hierbij te vermelden is dat Rutgers hèt kenniscentrum is over seksualiteit. De organisatie benoemt dat ‘vulva’ correcter is, maar gebruikt zelf ‘vagina’ in hun voorlichtingsmateriaal, want ‘dat is het meest ingeburgerd’. Tja, als je de foutieve benaming blijft gebruiken in voorlichtingsmateriaal komt er ook nooit een eind aan het gebruik van een foutieve naam.

Door de (persoonlijke) zoektocht (lees: zijn verlegenheid en/of onwetendheid over het geslachtsorgaan van de vrouw) van Ruud de Wild, mochten NPO Radio 2-luisteraars eind 2018 stemmen op het woord dat zij het meest geschikt vonden voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. Vijfduizend luisteraars stemden en ‘Poenie’ kwam als winnaar uit de bus.
Poenie komt van het Surinaamse woord ‘punani’ wat letterlijk ‘vagina’ betekent. Dus niet het geslachtsorgaan van de vrouw kreeg een andere naam, maar het woord vagina kreeg een andere naam.

Nu hoor ik je denken: ‘Waarom deelt ze oud nieuws?’ Ik deel dit, vanwege de reactie van een woordvoerder van Rutgers. Ze vertelt dat ouders en leerkrachten het lastig vinden om over het vrouwelijk geslachtsorgaan te praten. Tot zover kan ik haar volgen, maar dan komt het: ze is daarom blij met poenie! “Poenie en piemel past ook bij elkaar.”

Er moet dus een nieuwe naam komen, omdat ouders en leerkrachten het moeilijk vinden om over het vrouwelijk geslachtsorgaan te praten. Is dat niet de omgekeerde wereld? Misschien kan Rutgers beter investeren om ouders en leerkrachten van die verlegenheid af te helpen. Heel misschien, ideetje hoor, kan dat door de juiste naam te gaan gebruiken voor het vrouwelijke geslachtsorgaan. Bijvoorbeeld, tja, in hun voorlichtingsmateriaal misschien?

Emancipatie in een nieuwe generatie
Dat ouders (en radio dj’s), leerkrachten en zelfs professionele instanties het woord ‘vagina’ aanhouden als zij vulva bedoelen, is veelzeggend over de (ongelijke) verhoudingen tussen mannen en vrouwen:

1. Censuur. Door vagina te zeggen negeren we met taal het visuele aspect van de vrouwelijke anatomie: de clitoris en de labia. We negeren daarmee het vrouwelijk genot. ‘Vagina’ houdt de aandacht op heteroseksueel mannelijk plezier. (Eén woord: patriarchaat).

2. Onwetendheid. Door het vrouwelijks geslachtsorgaan aan te duiden met ‘vagina’ denken veel mannen dat vrouwen alleen plezier halen uit penetratie – ook daar is op gebied van emancipatie nog veel te winnen. Hopelijk draagt het gebruik van de juiste naam bij aan hun kennis over het vrouwelijk geslachtsorgaan en vertaalt zich dit onder de dekens.

Dus hoe jonger meisjes en jongens weten hoe hun geslachtsorgaan en die van de andere sekse werkelijk heet, hoe beter. We willen tenslotte graag naar een geëmancipeerde samenleving. Laten we ook hierin het goede voorbeeld geven, anderen verbeteren of hun gestuntel onderbreken door ‘vulva’ te benoemen en ons verweren tegen opmerkingen als ‘waar doe je moeilijk over, het is maar een naam’.

Vulva is de enige juiste naam voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. Taal is een precisie-instrument. Gebruik het als zodanig.