Voor hem

Het Erasmus MC deed eind maart een oproep om plasmadonoren te werven. Samen met Sanquin Bloedvoorziening kunnen zij de antistoffen uit het plasma gebruiken in hun zoektocht naar een geneesmiddel voor patiënten met het coronavirus. Hoera! Een lichtpuntje aan het einde van de donkere tunnel.

Het artikel op de website van het Erasmus MC heet: “Gezocht voor ontwikkeling coronabehandeling: mensen die net genezen zijn.” Als ik omlaag scroll, lees ik dat er voorwaarden zijn opgesteld om je als donor aan te melden. Drie muisklikken verder ben ik in het pdf-bestand met de voorwaarden. De vijfde voorwaarde moet ik drie keer lezen:

“U bent geboren als man. De reden hiervoor is dat de kans op bijwerkingen bij de patiënt die het plasma krijgt, groter is als het plasma komt van een als vrouw geboren persoon.”

Deze boodschap is dubieus. Ten eerste is de titel van dit bericht incorrect. Sinds wanneer zijn ‘mensen’ (weer) alleen ‘mannen’? Taal is een precisie-instrument, gebruik het dan ook als zodanig (weet je nog?). Misschien hadden de onderzoekers, of de schrijfster van dit artikel, zelf al voorzien dat het anno 2020 niet meer te verkopen is om vrouwen uit te sluiten en probeerden ze dat op deze manier te verdoezelen.

Toegegeven, het Erasmus speelt het slim door te benoemen dat de ontvanger een grotere kans op bijwerkingen heeft bij plasma afkomstig van een vrouw. Daarmee lijkt het alsof ze de ontvanger willen beschermen. Op NOS.nl lees ik dat de bijwerkingen zeldzaam zijn, maar ernstig. Internist-infectioloog Bart Rijnders van het Erasmus MC weet niet precies hoe dat komt, “maar het is in Nederland daarom wel de standaard om alleen plasma van mannelijke donoren te gebruiken.”

En daarmee is de kous afgedaan. We doen het zo, want dat is nu eenmaal ‘de standaard’. En, wat zegt het dat een internist niet weet hoe het komt dat er in een zeldzaam geval bijwerkingen ontstaan bij plasma afkomstig van een vrouw? Waarom wordt er geen moeite gedaan om dit uit te zoeken? En waarom is er geen journalist die dit soort vragen stelt en publiceert?

Ommezwaai
Als verpleegkundige weet ik iets van de gezondheidszorg en als vrouw weet ik iets van vrouwen(discriminatie). Dat maakt mij natuurlijk geen onderzoeker of wetenschapper en toch durf ik te beweren dat het stellen van zo’n exclusiecriterium een vorm is van vrouwendiscriminatie. Na een klein onderzoekje op internet lijk ik er niet ver naast te zitten.
Op 7 april plaatste deze website een update over de voorwaarden om plasmadonor te kunnen worden. Nu kunnen vrouwen wel ineens plasmadonor zijn. Een dag later kopt de Gelderlander: “Ook vrouwen kunnen vanaf nu bloedplasma doneren in strijd tegen corona” en schrijft dat vrouwen eerst niet mochten doneren, omdat “in zeer zeldzame gevallen [het] ernstige bijwerkingen veroorzaakte bij ontvangers”. Dus de bijwerkingen waren eerst zo’n groot probleem dat onderzoekers vrouwen uitsloten van deelname, maar krap twee weken later zijn vrouwen ineens wel welkom.

Bij de buren in België
In België diende een vijftigjarige vrouw een klacht in bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, omdat zij geen plasma mocht doneren.
De journalistieke redactie van De Morgen vond de klacht tegen het Rode Kruis de moeite waard om te achterhalen waarom vrouwen niet mogen deelnemen aan het onderzoek. En wat blijkt? Een bestuurder (en klinisch bioloog) van het Rode Kruis in België weet meer van het vrouwenlichaam dan de internist bij het Erasmus MC in Nederland: Vrouwen kunnen na een zwangerschap bepaalde antistoffen in hun bloed hebben die kunnen zorgen voor transfusiereacties bij de ontvanger.

Vrouwen zonder seksueel contact met een man vormen in principe geen gevaar, maar ook zij mogen zich niet kandidaat stellen.
Hij vertelt ook waarom niet: “Zoiets vraagt zulke grote aanpassingen in ons productieproces, dat we maanden tijd zouden verliezen, terwijl het plasma zo snel mogelijk beschikbaar moet zijn.”
Geen journalist die doorvraagt welke aanpassingen er dan gemaakt moeten worden en waarom die aanpassingen al niet meegenomen zijn aan de start van het onderzoeksproces.

En daar zit de angel: waarom is het productieproces niet bij voorbaat al ingericht op mannen en vrouwen? Het feit dat dat niet is gebeurd, zegt veel over waar we staan op het gebied van emancipatie in de gezondheidszorg.

De standaard
De kwestie doet me denken aan een inspirerende film die ik onlangs weer zag: Suffragette. Vrouwen die streden voor vrouwenkiesrecht kregen te maken met argumenten als: vrouwen zijn te dom om te stemmen, het is voor ‘het zwakke geslacht’ mentaal en fysiek te belastend om te stemmen, een stemrecht zou hen afleiden van de verantwoordelijkheden van het huishouden en de zorg voor de kinderen. Het is ‘de standaard’ dat alleen mannen kiesrecht hebben, dus vrouwen krijgen het niet.

Is dat nou zoveel anders dan de kwestie plasmadonor? Zijn de argumenten van de onderzoekers om vrouwen uit te sluiten de waarheid, net zo ‘waar’ als de argumenten destijds tegen het vrouwenkiesrecht?
Helemaal na die ommezwaai van de (Nederlandse) onderzoekers staat het argument van die ‘zeldzame bijwerkingen’ van plasma afkomstig van vrouwen niet meer zo stevig. Nemen we informatie van deskundigen in de gezondheidszorg niet te snel aan voor zoete koek?

Zonder dat de onderzoekers zich hoefden te verantwoorden voor hun eerdere keuze, kunnen vrouwen nu toch deelnemen aan het onderzoek. Dat is een begin. Het is zaak dat artsen en onderzoekers in andere onderzoeken ook afstand doen van het mannenlichaam als ‘de standaard’ en dat zij moeite nemen om het vrouwenlichaam te onderzoeken en te begrijpen.

Het is duidelijk dat bij zowel het vrouwenkiesrecht als het plasma doneren er sprake is van vrouwendiscriminatie. Toch is er ook een verschil. Anders dan bij het vrouwenkiesrecht, is de vrouwendiscriminatie van nu grotendeels verborgen en komt het maar zelden en kort aan de oppervlakte.

One-size-fits-men
Onlangs luisterde ik naar de podcast 99% Invisible waarin schrijver, journalist, feminist en activist Caroline Criado Perez in de aflevering ‘Invisible Women’ vertelt hoe weinig er rekening wordt gehouden met het vrouwenlichaam:

  • Smartphones zijn ontworpen voor mannenhanden; ze zijn te groot voor de meeste vrouwenhanden en passen zelden in een broekzak.
  • Vrouwen hebben ernstiger letsel bij een auto-ongeluk, omdat zowel de autoriem, de autostoel en de airbag zijn ontworpen voor het mannenlichaam.
  • Symptomen van een hartaanval bij een vrouw worden nog steeds atypisch genoemd, omdat de symptomen niet overeenkomstig zijn met de symptomen van een man. Alle vrouwen hebben dezelfde symptomen bij een hartaanval. De symptomen van een hartaanval bij een vrouw zijn dus niet atypisch, omdat ze afwijken van de symptomen van de man. Vrouwen hebben typische symptomen.
  • Omdat de hele gezondheidszorg (symptomen, medicatie) zo gericht is op het mannenlichaam, missen artsen veel diagnoses bij vrouwen, lijden vrouwen meer en hebben vrouwen meer te maken met bijwerkingen van medicatie dan mannen.

Caroline maakt verborgen vrouwendiscriminatie zichtbaar, zodat we er iets aan kunnen doen. Laten we strijden zoals de suffragettes streden. Door ons erin te verdiepen en ons erover uit te spreken kunnen we zorgen voor verandering. Dat kan alleen, maar ook samen. De organisatie WOMEN Inc. zet zich bijvoorbeeld in voor de erkenning van de verschillen tussen mannen en vrouwen binnen de gezondheidszorg; in onderzoek, onderwijs, diagnose en behandeling. Je kunt je stem al laten horen door dit filmpje te delen.

De wereld is ingericht voor hem. Voor hoelang nog, lieve strijders?

Eén woord, twee letters

Nu het coronavirus de wereld overwoekert, ondervindt niet alleen het RIVM maar ook ikzelf de gevolgen van de maatregelen hiertegen. Een andere levenshouding brengt andere gedachten met zich mee. Ze brengen me naar een voorval in de spreekkamer vlak voor de intelligente lockdown.

In de spreekkamer
‘Nee, ik wil mijn kleren liever aanhouden’, vertelt de elfjarige Selma. Ik kijk haar aan en ze beantwoordt mijn blik met een glimlach. Ik vroeg haar of ze zich wilde uitkleden tot hemd en onderbroek. De vraag die zowel het kind als mijzelf nachtmerries inboezemt.
‘Het is goed dat je aangeeft wat je wel en vooral niet wil. En ik luister er ook naar als je je grenzen aangeeft. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om naar je hele huid te kijken’, hoor ik mijn zachte stem een harde boodschap uitspreken.
Iedere keer voel ik de tegenstrijdigheid van deze vraag in mijn maag opborrelen. Een onderwerp waarover mijn professionele ik en mijn persoonlijke ik het niet eens kunnen worden. Het enige wat ik kan doen is ieder kind, dus ook Selma, meenemen in mijn beweegredenen.
‘Weet ik, maar ik wil het echt niet’, antwoordt Selma stellig. Ik bewonder haar daadkracht.
‘Oké, dan wegen we met je kleren aan en kijk ik naar een deel van je huid. Mag ik wel vragen waarom je je niet wil uitkleden?’. Ook deze vraag voelt eerder krom dan recht. Mijn geweten manoeuvreert zich naar de voorgrond: laat dat kind toch met rust, het heeft het recht om nee te zeggen zonder zich te hoeven verantwoorden.

Selma vertelt dat ze zich er niet fijn bij voelt. Ze heeft geen hemd aan. Nee, ze draagt ook geen topje. Het verbaast me. De vorm van haar beginnende borsten steekt af onder het strakke beige T-shirt. Haar moeder mengt zich in het gesprek, verdedigt dat ze Selma topjes heeft aangereikt maar dat haar dochter ze niet wil dragen.
Tijdens het gesprek met Selma gooi ik nog wat argumenten in de strijd voor het dragen van een topje, in de hoop dat Selma toch overstag gaat en bij thuiskomst een topje aantrekt. Informatie zenden en overtuigen: een dokterskwaal die af en toe nog de kop op steekt.

Keuze
Een simpele keuze bij mij thuis herinnerde me weer aan Selma en haar keuze. Het was weer een ochtend waarop ik in plaats van fietsend en treinend naar mijn werk, me thuis achter mijn laptop zou nestelen. Terwijl ik uit de douche stap en mijn handdoek om mijn lichaam vouw, valt mijn blik op mijn zwarte bh. Die dag laat ik ‘m onaangeroerd liggen, evenals de dagen die volgen. Ik realiseerde me dat ik iedere dag een keuze maak en dacht op dat moment aan Selma. Toen ik zo jong was als zij wist ik niet dat ik een keuze had. En dat ik ook nu een keuze heb om wel of geen bh te dragen. Toch?

Het besef over het bestaan van deze keuze zorgde in eerste instantie voor een zekere mate van vrijheid. Dat gevoel maakte al snel plaats voor reflectie: waarom adviseerde ik Selma destijds om een topje te gaan dragen? Waarom deed ik dat? Schaadt het niet dragen van een topje de gezondheid? Wil ik haar behoeden? Wil ik haar leren hoe je je kleed als (jonge) vrouw? Ik gaf haar advies, omdat ik niet beter wist. Het is geconditioneerd gedrag.

Dat antwoord creëert een nieuwe stroom aan vragen: Hoe is dit er zo ingeprent? Van wie moet ik haar dat adviseren? Van wie moet Selma een topje dragen? Waarom dragen vrouwen eigenlijk een topje of bh?

Bustehouder
Er opent zich een nieuwe wereld als ik het woord ‘bh’ zoek op Google. Ik start bij Wikipedia. Het platform is niet het meest betrouwbar, maar de hoeveelheid informatie is intimiderend: van het ontstaan (beginnend in de oudheid) tot sociale en culturele aspecten. Mijn opa leerde mij dat we de hedendaagse samenleving beter kunnen begrijpen met de kennis van vroeger, de geschiedenis. Dus daar gaan we dan. Een vogelvlucht.

Al in de oudheid droegen de Grieken en Romeinen wollen, katoenen of linnen verband om hun borsten plat te duwen en vast te houden. Het verhaal deed zich de ronde dat een strak verband de borstgroei tegenging. Kleine borsten en brede heupen was wat men graag zag. Dit figuur werd benadrukt door het dragen van strakke kleding. In de Middeleeuwen zagen we dit ook.
Vervolgens maakte de nauwe kleding plaats voor loszittende kleding tijdens de Renaissance. Vrouwen maakten toen voor het eerst kennis met de voorloper van het korset, dat ervoor zorgde dat de borsten uit elkaar werden geduwd zodat ze minder zichtbaar waren.
Maar, toen deed de Franse Revolutie z’n intrede. Het korset werd strakker, maar niet om de borsten weg te drukken, zoals bij de voorloper van het korset. Nee. Het korset benadrukte de volle borsten, de slanke taille en de brede heupen.
De bustehouder (bh) ontstond eind 1800 in het Westen en raakte in de eerste helft van de 20e eeuw ingeburgerd. De bh van nu hebben we te danken aan de kritiek op de te strakke, voor het lichaam ongezonde korsetten en een roep om een meer praktisch hulpstuk – waar de vrouw zich in kon bewegen – vanuit de feministisch hoek.

De schoonheidskwalen
Wat ik tussen de regels door lees, is dat vrouwen een schoonheidsideaal wordt opgelegd en deze ook nastreven. Maar waar komt dat schoonheidsideaal dan vandaan?
Schoonheidsidealen veranderen met de tijd en zijn vaak gericht op het uiterlijk van de vrouw. Ze worden verspreid en in stand gehouden door sociale media, televisie, reclames, films, series en muziekvideo’s. Dus door mensen. Door ons. Daar zijn we allemaal bij. En, wie o wie lijden het meest onder deze opgelegde idealen? Daarover meer in een volgende blog.

Womanhood
We weten nu meer van het ontstaan van de bh en we weten welke drijvende kracht dit allemaal aanstuurt: het schoonheidsideaal.
Het blijkt dat ik niet de eerste ben die vraagtekens zet bij het dragen van het kledingstuk. In de jaren 60 uitten feministen veel kritiek op de bh, omdat het werd gezien als een patriarchaal (weet je nog?) middel om de vrouw enkel te zien als uiterlijke verschijning en daarmee als een seksobject.
Het aantal vrouwen dat ontsnapt aan de bh steeg door de ‘Seksuele bevrijding’ in diezelfde tijd. De hippies lieten de bh links liggen als teken van seksuele bevrijding, waardoor de borst juist als iets seksueels werd gezien.
Beide groepen ontdeden zich van de bh, maar met geheel andere motieven. Het zorgde ervoor dat de boodschap van feministen veel minder sterk overkwam dan ze voor ogen hadden.

Seksisme
Nu ik deze weken in alle vrijheid zonder bh mijn dagen doorbreng, kijk ik voorzichtig vooruit naar de periode na corona. Zou ik het normale leven onder ogen kunnen komen zonder bh? Ik lees succesverhalen van vrouwen van nu die zich bijvoorbeeld aansloten bij de actiegroep ‘Free the Nipple’ of gewoon het dragen van een bh zat waren:

‘Het voelt vrij, stoer en vrouwelijk zonder bh’

‘Waarom zou het raar zijn als iemand je tepel ziet? Het is toch normaal dat je die hebt?’

‘Toen ik een BH droeg waren mijn borsten slapper, nu twee jaar later zijn ze steviger en heb ik nooit meer pijn bij het traplopen of rennen.’

‘Vanaf dat we klein zijn wordt ons geleerd hoe we een vrouw moeten zijn en welk kledingstuk we moeten dragen. Daar voel ik mij niet lekker bij.’

‘Geen bh dragen is voor mij een manier om eigenaar te kunnen zijn over mijn lichaam, om er zelf keuzes over te nemen.’

‘Ik kan niet meer van mijn borsten maken. Het is wat het is. Waarom zou ik doen alsof ze groter zijn met een bh?’

‘Ik kan mij vrijer bewegen zonder bh en ik vind mijn borsten ook mooier zo. Ik vind het fijn om mijzelf te accepteren zoals ik ben. Dat gun ik iedereen’.

Anderzijds lees ik ook verhalen waar mijn maag van samentrekt:

‘Een man liep meteen op mij af en zegt ‘heb jij je kippetjes losgelaten?’.

‘Soms kijken mensen net iets te lang en zie ik ze denken: doe normaal en trek eens een BH aan.’

‘Mijn baas heeft wel eens gevraagd of ik toch een bh wilde dragen op een beurs, anderen zouden zich namelijk ongemakkelijk kunnen voelen door de afwezigheid onder mijn t-shirt. Mannen zouden dan afgeleid kunnen worden.’

Vrijheid
Dus terugkomend op mijn vraag: zou ik zonder bh het normale leven weer onder ogen kunnen komen?

De Australische feministe Germaine Greer schreef eerder in het boek The Female Eunuch (1970): Bh’s zijn een absurde uitvinding, maar als je van het niet dragen van bh’s de regel maakt, onderwerp je jezelf gewoon aan een andere vorm van onderdrukking.’

Deze vrouw slaat de spijker op z’n kop. Enerzijds wil ik me niet conformeren aan het opgelegde (ideaal)beeld, de verwachting hoe een vrouw hoort te zijn en zich moet kleden. Ik wil als vrouw de vrijheid voelen om kleding te dragen die ik (niet) wil. Anderzijds zit ik niet te wachten op seksistische reacties van mannen en vrouwen (patriarchaat) als ik geen bh draag – wat onlosmakelijk met elkaar is verbonden. Dat doet me trouwens denken aan een andere klassieker. Vrouwen die in alle vrijheid de keuze maken om een kort rokje te dragen en bij aanranding reacties uit hun omgeving moeten incasseren als: ‘Tja, met het dragen van zo’n kort rokje roep je het toch een beetje op jezelf af.’ Met die beredenering ontneem je haar keuzevrijheid om te dragen wat ze wil.

En die beperking in mijn vrijheid voel ik ook bij de bh. Als het leven zijn eigenlijke vorm weer aanneemt, draag ik, nu heel bewust, een bh uit preventie: om blikken en opmerkingen van anderen over mijn borsten of over het feit dat ik geen bh draag te voorkomen. Ik geef dus liever mijn vrijheid op dan te moeten dealen met seksisme.

We leven in een vrij land, maar die vrijheid staat op het gebied van emancipatie bol van illusie; in de praktijk kunnen vrouwen vaker niet dan wel kiezen wat het hart hen ingeeft. Onze maatschappij is nog steeds zo ingericht dat vrouwen zich moeten aanpassen aan het gedrag van het patriarchaat. Voor hoelang nog, lieve medestrijders?