Ook een kant van zwangerschap (en alles wat erna komt)

Met twee vriendinnen die inmiddels beide een gezond kind op de wereld brachten en één vriendin in blije verwachting, breekt ook voor mij een nieuwe periode aan. Een periode van kaartjes, het zoeken naar passende cadeaus, kraambezoeken en – de realiteit – minder contact met de moeder/vriendin dan ik zou willen.

Door de verandering van tijd, een tijd waarin vriendinnen ook moeder zijn, beluister ik de aflevering van de podcast Feminists don’t wear pink and other lies met actrice Keira Knightley daarom toch met iets andere oren. Zwangerschap, bevallen en moederschap, het lijkt één grote roze gedachte om bij weg te dromen, maar Knightley laat een ander geluid klinken.
Net als in een ‘gewoon’ leven wisselen ook tijdens de zwangerschap de leuke momenten zich af met periodes van onplezierige momenten. Het hoeft niet altijd leuk te zijn. Het kan niet altijd leuk zijn. En nee, een vrouw lijdt dan niet meteen aan een pre- of postnatale depressie.

Dankzij mijn studie ken ik de veranderingen en ongemakken van een vrouw tijdens de zwangerschap, de bevalling en ook later tijdens het moederschap. Door Knightley’s verhaal realiseer ik me dat er nauwelijks wordt gesproken over deze lichamelijke, geestelijke en sociale ongemakken. Waarom praten we hier niet over? Moet het dan alleen maar ‘leuk’ zijn? En, voor wie houden we dat rooskleurige beeld in stand? Voordat ik die vragen beantwoord, is het misschien zinvol om de ongemakken van de zwangerschap (en alles wat erna komt) wat nauwkeuriger te omschrijven.

Zwangerschap
In zwanger zijn betekent meer dan dat er een kind in een orgaan van de vrouw groeit. Een zwangere vrouw krijgt te maken met veel veranderingen op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied.
Om met het lichaam te beginnen. Een vrouw ondergaat een gewichtstoename, krijgt een grote buik die maar groeit en haar beperkt in haar dagelijkse bezigheden, rugpijn, instabiele bekken, vermoeidheid, hoge bloeddruk, soms zwangerschapsdiabetes. Waarschijnlijk vergeet ik er nog veel. Oja, vergeetachtigheid is er ook een.
Een vrouw offert haar lichaam op. Ze stelt haar lichaam in dienst van de ander, haar kind. Een vrouwenlichaam is fysiek gezien sterk genoeg om een kind te dragen en te laten volgroeien, maar ze verliest daarmee wel haar eigen lichaam. Dit verlies wordt geestelijk verwerkt en kan moeilijke, ogenschijnlijk paradoxale, gevoelens met zich meebrengen. Vaak met schuldgevoelens tot gevolg. Vrouwen ervaren dat zij deze gevoelens niet mogen hebben tijdens hun zwangerschap.

Andere veranderingen op geestelijk niveau worden vooral veroorzaakt door hormonen die alle kanten op gaan. Moodswings kunnen het gevolg zijn, net als wisselingen in eetlust en voedselvoorkeuren (en voedselonthouding!). Een vrouw heeft hier geen enkele invloed op. De één is er gevoeliger voor dan de ander. Hoe vaak een (zwangere) vrouw niet wordt aangesproken op wispelturig, kribbig of labiel gedrag… Vaak heeft een vrouw zelf nog meer last van deze schommelingen dan haar omgeving. Is daar voldoende oog en begrip voor?

Dat brengt me bij het sociale deel. Het sociale netwerk verkleint, want er is te weinig energie om dezelfde eisen aan een vriendschap te stellen als vóór de zwangerschap. Een vrouw ziet haar vrienden en vriendinnen minder vaak, soms zelfs helemaal niet meer. Feestjes, verjaardagen, borrels worden vaker ingeruild voor de bank of het bed. Later in de zwangerschap lukt het werken niet meer. Tijdens haar verlofperiode is de geestelijke uitdaging minimaal en levert ze ook veel sociale (werk)contacten in.

Bevalling
Ervaringsdeskundigen zijn wisselend over de bevalling van een kind. Veel vrouwen zijn trots dat hun lichaam in staat is om zo’n grote taak te volbrengen. Een citaat van een collega: “Het doet ontzettend pijn! Maar, er komt een soort oerkracht vrij waarvan ik het bestaan niet wist. Als ik andere vrouwen met een kind (of kinderen) ontmoet, kijk ik nu met veel bewondering en respect naar hen.”
Sommige bevallingen duren relatief minder lang en blijven de complicaties beperkter. Andere bevallingen duren een hele dag. Dat vrouwen opnieuw zwanger worden, komt niet omdat ze de pijn van de bevalling of alle ongemakken van hun zwangerschap zijn vergeten. Dat vergeet je niet, hoor ik van ervaringsdeskundigen. Nooit.

Na de bevalling heeft het lichaam weer maanden nodig om tot zichzelf te komen. Uitgescheurde, ingeknipte of gesneden lichaamsdelen worden gehecht. De wonden nemen de tijd om te helen, de pijn neemt langzaam af. Veranderingen opgedaan tijdens de zwangerschap zijn soms blijvend: borsten zijn ineens heel klein of groter dan eerst en velen vrouwen dragen de last van incontinentieproblemen.

Moederschap
Ze zeggen dat een (toekomstige) vader met 1-0 achterstaat. De vraag is of dit werkelijk zo is en welke druk hiermee wordt gelegd op de moeder. Hoewel het kind negen maanden groeit in de baarmoeder, moet ook een moeder wennen aan haar kind. Kennis maken, ook zij moet vertrouwd raken met haar dochter of zoon. Een band is er niet na een eerste aanraking. Een band heeft de tijd nodig om te groeien en die tijd mogen ouders zeker nemen, ook moeders. Zonder schuldgevoelens. Wat mij betreft staat het gewoon gelijk: 0-0.

En wat is het met die achternaam? Lijkt het nou nog steeds zo vanzelfsprekend dat het kind de achternaam aanneemt van de vader?

Het ouderschap, tot slot, vraagt ook veel van de liefdesrelatie. De liefde tussen twee personen wordt nu gedeeld met een derde, het kind. Dat is mooi en liefdevol, maar is wel een verandering die om aanpassing vraagt. Daarbij zijn er de gebroken nachten, de irritatie, het afstemmen, regelen van veel praktische en financiële zaken, veel keuzes maken: wie gaat naar dat feestje, welke worden overgeslagen, is er een oppas in de buurt, welke vrienden zijn het investeren waard en welke niet, is sporten er nog bij en voor welke ouder? Aanpassen, inleveren, incasseren. De dynamiek in een liefdesrelatie verandert intens.

En dan komen de stereotyperende vragen aan de moeder: hoeveel dagen ga je nu werken? Om nog maar te zwijgen van het kolven op werk – vindt maar eens een plek en de tijd – en het geven van de soms pijnlijke borstvoeding bij thuiskomst.

Patriarchaat
Terug naar Keira Knightley. Ze ontving veel kritiek op haar verhaal ‘The Weaker Sex’, gepubliceerd in dit boek. Ze zou niet van haar kind(eren) houden, haar tengere lichaam zou niet gemaakt zijn voor een zwangerschap en bijbehorende bevalling, ze zou spijt hebben van haar moederschap etc. Knightley sneed dit onderwerp aan, omdat het patriarchaat het zwijgen in stand houdt over het hele, werkelijke beeld.

Het Engelse woord voor patriarchaat is patriarchy. De host van de podcast, Scarlett Curtis, definieert patriarchaat als ‘het systeem van haat’. Wikipedia beschrijft het zo: ‘Een maatschappijvorm waarin vaders of meer algemeen mannen een dominante rol innemen. De term is afgeleid van patriarch, de titel van een geestelijke leider van het mannelijk geslacht’. Dat betekent niet dat alleen mannen dit systeem in stand houden. Sterker, ik denk dat steeds meer mannen vóór een geëmancipeerde samenleving zijn. Achter die zin, wilde ik het woord ‘Hulde!’ schrijven, maar toen dacht ik aan een uitspraak van feminist Chimamanda Ngozi Adichie. Die uitspraak gaat over racisme, maar voor de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen gaat ‘ie ook op: ‘Ongelijkheid tussen sekse had nooit mogen bestaan, dus je krijgt geen bonuspunt als je die ongelijkheid probeert te reduceren’.

De mensen, dus het patriarchaat, die kritiek hebben op Knightley’s visie houden liever vast aan de eenzijdige, rooskleurige versie van een zwangerschap. Volgens hen zouden vrouwen moeten doen waarvoor ze gemaakt zijn: zwanger worden, daarvan genieten, kinderen baren en een goede moeder zijn. Het is niet sociaal geaccepteerd om de mindere kant van een zwangerschap te uiten. Dat wordt in stand gehouden door de kritiek van het patriarchaat. Met deze kritiek willen ze bereiken dat Knightley inderdaad gaat twijfelen aan haar moederschap, willen ze voorkomen dat meer vrouwen van zich laten horen en willen ze vooral dat vrouwen zich volgens het stereotype beeld bewegen in de maatschappij.

Het verbaast me dat er zo weinig over de andere kant van de zwangerschap, de bevalling en het moederschap wordt gesproken. Ik was me er onvoldoende van bewust dat er aandacht is voor één kant. Alleen praten over deze rooskleurige kant leek zo ‘normaal’ en vanzelfsprekend… Dat laat zien hoe sterk de invloed van het patriarchaat is.

Wat denk je, zullen wij als vrouwen, toekomstige, kersverse of doorgewinterde moeders dit zwijgen doorbreken en de hele waarheid doorvertellen aan elkaar en aan ons (eventuele) nageslacht?

Hokjes, labels en stempels

Op een druilerige dinsdagmiddag zitten Adam* en zijn vader tegenover mij aan tafel. Adam zit in groep 7 van een nabijgelegen basisschool en komt voor de afspraak van het Preventief Gezondheidsonderzoek. We praten al wat langer met elkaar als zijn vader vertelt dat Adam sinds twee jaar de diagnose Klassiek Autisme heeft. Nadat ik met zijn vader hierover ben uitgepraat, richt ik mijn aandacht op Adam: “Hoe vind jij het dat je de diagnose Klassiek Autisme hebt?”. We hebben kort oogcontact. “Heel fijn”, zegt Adam. Hij draait zijn hoofd naar zijn vader en vervolgt: “Maar ik had liever gehad dat ik het eerder had geweten.” Zijn vader lijkt verast en vraagt naar de reden. Adam vertelt dat hij wel doorhad dat hij gewoon anders was. Even is het stil in de spreekkamer. Dan haalt Adam zijn schouders op en zegt: “Het was gewoon fijner geweest.”

Ik dacht lang na over die ene zin: ‘het was gewoon fijner geweest’. Het lukt Adam (nog) niet om zijn gevoel te verwoorden. Ik heb een vermoeden wat Adam met deze zin bedoelt. Ik ben blij met Adams komst, want naast dat het een mooie ontmoeting was, staat het schrijven over dit onderwerp al heel lang op mijn verlanglijstje.

Meten met verschillende maten
Als het om de geestelijke gezondheidszorg gaat, is de visie van (huidig) politiek Nederland: zolang er geen ‘problemen’ zijn, doen we niets. De signalen van een geestelijke aandoening kunnen dan wel duidelijk zijn, maar zolang er geen problemen door ontstaan, wordt er niets gedaan. Deze visie zou wel eens uit een rechts georiënteerde politieke hoek kunnen komen. Ik vermoed dat ‘bezuinigingen’ de voornaamste reden zijn.

Ik schrijf bewust ‘geestelijke aandoening’, want in de algemene gezondheidszorg gaat het er heel anders aan toe. Waar er volop tijd, aandacht en geld is voor de signalen van bijvoorbeeld huid- of borstkanker (wanneer er dus nog geen sprake is van pijn), moet een kind met signalen uit het Autistisch Spectrum wachten tot hij of zij echt tegen ‘problemen’ aanloopt. Of nee, niet het kind, maar tot de leerkracht tegen problemen aanloopt door het gedrag van het kind in de klas.

Allergisch voor diagnoses
Hulp- en zorgverlenend Nederland is aan de slag gegaan met deze visie en heeft zich de nieuwe werkwijze al goed eigen gemaakt. Bij hulp- en zorgverleners zie ik een soort allergische reactie ontstaan wanneer er wordt gesproken over het stellen van psychische diagnoses.
Tijdens gesprekken met professionals hoor ik vaak “als het kind problemen ervaart, gaan we niet meteen onderzoek doen om een diagnose te stellen” (ook al hebben professionals dus wel vermoedens). “We moeten kijken wat het kind nodig heeft om goed te functioneren.” Want, zo klinkt het argument, ‘een kind is niet altijd geholpen met een diagnose’. Dat klinkt alsof er in het belang van het kind wordt gedacht, maar is dit echt een betere manier of eigenlijk gewoon een goedkopere?

Een ander argument is dat een kind last kan hebben van zo’n label of stempel. Misschien is het goed om kritisch te kijken of deze bewering klopt. Opvallend vind ik dat ik deze uitspraak vooral van hulp- en zorgverleners hoor. De eerste ervaringsdeskundige die dit label als een last ervaart, heb ik nog niet ontmoet. Van mensen die op latere leeftijd een psychische diagnose krijgen, hoor ik vaak: ‘Had ik het maar eerder geweten’. Adam zei in mijn spreekkamer precies hetzelfde.

Natuurlijk kun je je afvragen of een diagnose altijd helpend is. Als we in een maatschappij leefden waarin iedereen elkaar zou accepteren en zou aansluiten bij de ander, dan zou dat zeker een optie kunnen zijn. Ik ervaar dat wij niet in zo’n maatschappij leven. De omgeving heeft diagnoses nodig, moet weten wat de ander heeft, voordat ze hem of haar volledig kunnen accepteren. En dat voelen de mensen om wie het gaat, jong of oud, als geen ander. Mensen zoals Adam.

In de praktijk
Ik ben me ervan bewust dat bovenstaande behoorlijk abstract klinkt. Hoe ziet dit verhaal eruit in de praktijk?
Een zesjarige jongen laat kenmerken zien uit het Autistisch Spectrum (dit was al gesignaleerd op de peuterspeelzaal). In groep 2 van de basisschool kan hij goed meekomen, hij vertoont geen leer- of gedragsproblemen. De school ziet dus geen reden om hulp in te schakelen, want er is ‘geen hulpvraag’.
De jongen vertoont thuis wel problematisch gedrag, want anders dan zijn leeftijdsgenoten durft hij niet te zwemmen en iedere nacht kruipt hij bij zijn ouders in bed. Hij heeft moeite om zindelijk te worden in de nacht. Hij heeft driftbuien. Het gedrag drijft zijn ouders tot wanhoop en slapeloze nachten. Het geduld van zijn ouders vermindert. Ze dringen aan op zwemles, want alle kinderen van deze leeftijd hebben zwemles.
Als de ouders dit niet bespreken met school, is de school niet op de hoogte van zo’n thuissituatie. En als de ouders wel iets delen, is de school terughoudend met het ondernemen van actie. Op school zijn er immers geen problemen, dus waarom geld uitgeven als het niet nodig is?

Maar is het echt niet nodig? En voor wie dan niet? Niet voor het kind of niet voor de school? Hoe zou deze jongen zich voelen als zijn ouders weten wat er met hem aan de hand is? Hoe zou hij zich voelen als hij wordt begrepen? Hoe zou het met hem gaan als zijn ouders hem milder en met meer geduld zouden benaderen? Wat zou dat doen met zijn prestaties op school?

Survival of the fittest
Misschien komt er nog een vrijblijvend advies vanuit school om naar een sociale werker te gaan. Sommige ouders pakken dit op, andere ouders niet. ‘Verantwoordelijkheid van de ouders’, wordt gezegd. Is deze eigen verantwoordelijkheid reëel? De ene ouder vindt nu eenmaal makkelijker de weg, voor de andere ouder is het hulpverleningssysteem een oerwoud waarin ze verdwalen en met een beetje geluk ergens onder aan de wachtlijst eindigen. Of ze ondernemen uit angst of onwetendheid helemaal geen actie.

Hoe ouder het kind, hoe meer hij doorheeft dat hij anders is dan anderen. Hij laat steeds meer gedragsproblemen zien en thuis loopt het uit de hand. Ook op school is zijn gedrag nu moeilijker. De leerkracht heeft de grenzen van zijn of haar kunnen bereikt en trekt aan de bel. En ja, als de leerkracht het aangeeft, komt er actie.

De actie komt soms in de vorm van onderzoeken, waaruit een diagnose volgt en hulpverlening eindelijk op gang komt. Soms wordt de hulpverlening langdurig ingezet, omdat er zo laat actie is ondernomen.
Een ander scenario is dat er niet eens onderzoeken worden gedaan en geen diagnose wordt gesteld. Sociale werkers gaan af op hun algemene kennis en deskundigheid (die meestal tekort schiet) en helpen de jongen en zijn ouders in de opvoeding. Dweilen met de kraan open.

We maken de balans op. Is het kind geholpen met deze werkwijze? En, zouden we onder aan de streep nu goedkoper uit zijn? Kop jij ‘m in?

 

 

*Adam is een gefingeerde naam