Zij heeft (ook) een keuze

Op een zonnige Tweede Pinksterdag nam ik me voor om mijn benen te ontharen. De dag kabbelde voort, zoals dat vaak gaat op vrije dagen. Om tien uur ’s avonds protesteerde mijn verstand dat ik de afspraak nog niet was nagekomen. Met een zucht klapte ik mijn leesboek dicht en staarde ik enige tijd naar m’n benen. Waarom moet ik eigenlijk mijn benen ontharen? Op dat moment ontstond er een kostbaar moment van bewustzijn: ik heb een keuze.

“Rosan, je hebt zulke lichte haren, jij hoeft echt je benen niet te ontharen”, probeerde mijn moeder nog. Ik zat al even in de puberteit toen ik voor het eerst een harsstrip over mijn benen trok. Hoe oud zou ik zijn geweest, een jaar of vijftien?

Mijn vriendinnen schoren al langere tijd hun benen. Als we erover spraken, zeiden ze spijt te hebben er ooit aan begonnen te zijn. Het scheermes zorgde ervoor dat hun lichte, dunne beenharen plaats maakten voor hardere en veel donkerder van kleur. Om die reden schoof ik het een langere tijd voor me uit. Een vriendin adviseerde om mijn beenhaar te harsen, dan zouden mijn blonde haren blond blijven. Ook daarvoor voelde ik geen intrinsieke motivatie. Harsen is niet de meest pijnloze behandeling. Waarom zou ik vrijwillig die pijn ondergaan?

In de tussentijd merkte ik dat ik me oncomfortabel begon te voelen met mijn beenhaar. Ik deed fanatiek aan waterpolo en lag destijds vijf dagen in de week in het zwembad. Ik voelde de blikken van teamgenoten. Dezelfde blikken voelde ik van (on)bekenden op de tribune, als ik ze daar opzocht voor een wedstrijd of training. Na het zwemmen zaten de haartjes tegen mijn huid aangeplakt, dan viel het in ieder geval minder op. Ik merkte dat ik me daardoor vrijer kon bewegen en eerder op mensen afstapte.
Het gevoel dat deze blikken bij mij teweegbrachten, was schaamte en het idee van ‘afwijkend zijn’. Dat wil niemand, zeker niet midden in de puberteit. Vanaf dat moment deed ik wat ‘de maatschappij’ blijkbaar van een vrouw verwacht: ik onthaarde mijn benen. Vanuit een extrinsieke motivatie.

Inmiddels ben ik een paar jaar ouder (28) en ligt het ongemak van de puberteit al even achter me. Het besef dat ik wel een keuze heb en me dat toen niet realiseerde, intrigeert me. Zien andere vrouwen ook dat ze een keuze hebben? Hoe gaan zij hiermee om? En, waarom de onderbenen en niet bijvoorbeeld de onderarmen? Waarom is het voor vrouwen ‘de heersende norm’ en geldt deze niet voor mannen?

Voorlopers
Ik ontdekte dat steeds meer vrouwen ervoor kiezen om hun beenhaar te laten staan. Dichtbij zie ik dat bij mijn schoonzus (34). Afhankelijk van of ze er zin in heeft, scheert ze haar benen. Zeker, ook in de zomer ontbreekt bij haar ‘de zin’ soms. Helaas is deze keuze niet helemaal zonder gevolgen. Toen ze in een korte broek op haar werk verscheen, vertelden haar collega’s dat ze haar beenhaar vies vonden. Vies.

Ook presentatrice Carolien Borgers (36) besloot in 2018 haar beenhaar te laten staan. Ze vertelt dat de eerste acht maanden haar zwaar vielen en dat ze zich erg geschaamd en bekeken voelde. Toen ze in een kroeg zat met een rok aan, zeiden twee vrouwen tegen haar: “Jeetje, solliciteer jij voor chimpansee?”. Haar eigen keuze was de aanleiding voor de podcast Over Haar. In zes afleveringen probeert Carolien erachter te komen waarom vrouwen zoveel moeite doen om van hun lichaamshaar af te komen.
En herinner je nog de campagne van Adidas in de nazomer van 2017? Fotograaf en model Arvida Byström (28) poseerde op foto’s met haar benen in hun natuurlijke staat. Ze ontving veel scheldwoorden en zelfs dreigementen van verkrachtingen.

Voorlopers zijn hun tijd ver vooruit, worden vaak gezien als radicaal en zorgen voor veel weerstand. Ik zie deze vrouwen als een bron van inspiratie, reflectie en keuzevrijheid van de mens.

Heersende normen
Een korte duik in de geschiedenis. In 1915 werd het eerste scheermes speciaal voor vrouwen op de markt gebracht. Met de slogan The underarm must be as smooth as the face, werden vrouwen aangespoord om hun okselhaar te scheren. De aandacht voor de onderbenen volgde daarna al snel. In de Verenigde Staten was het in de jaren twintig een trend om korte rokken te dragen. Commerciële bedrijven van scheermessen speelden in op de schaamte bij vrouwen over hun blote benen met de slogan: Let’s look at your legs – Everyone else does. Zo kregen ze het voor elkaar dat vrouwen ook hun beenhaar schoren. Bedrijven boekten hierdoor enorme winsten, hun enige belang.

Zoals veel trends waaide ook deze (helaas) over naar Europa. Oksel- en beenharen moesten vrouwen wegscheren. Waarom? Het zou onhygiënisch zijn, sociaal problematisch en iets waarvoor je je moet schamen. Voor mannen gold dat niet.
Meisjes en vrouwen worden nog steeds belast met (het voldoen aan) heersende normen*. Het ontharen van de benen is daarvan één voorbeeld, anderen zijn het verwijderen van donkere haartjes boven de lip, oksel en bikinilijn en het epileren van de wenkbrauwen.
Vrouwen betalen ook letterlijk een hogere prijs voor scheermesjes. Door de zogenaamde sekse-belasting of pink tax zijn vrouwen per jaar voor dezelfde (verzorging)producten veel duurder uit dan mannen.

Dat de impact van commerciële bedrijven groot is, wisten we al. Dit voorbeeld laat eens te meer zien hoe sluw bedrijven kunnen inspelen op onzekerheden en welke gevolgen hun reclame heeft, in dit geval bij vrouwen. Verschillende publieke figuren laten al zien dat het geen verplichting is om toe te geven aan deze druk. Ook vrouwen hebben een keuze: een keuze om wel of niet hun benen te ontharen. Door dit besef kunnen vrouwen het tij keren. Voor henzelf, maar ook voor (klein)dochters, nichtjes en buurmeisjes.

#TimesUp
Hieronder vier redenen waarom vrouwenbenen er gewoon mogen zijn in hun natuurlijke staat. Daarbij wil ik de kanttekening plaatsen dat vrouwen in de eerste plaats helemaal geen reden hoeven te hebben om hun beenharen te laten staan.

1. Praktisch
Hoeveel tijd ben je gemiddeld kwijt aan één scheerbeurt of onthaarmoment? Hoeveel tijd is dat over een jaar? Welke (andere) nuttige dingen had je kunnen doen in plaats van het ontharen van je benen?

2. De natuur
Meisjes en jongens, vrouwen en mannen. Ze hebben nu eenmaal beenhaar. Het is de natuur. En die natuur gaf het niet zomaar. Haar dient ter bescherming van je huid, vaak tegen de kou. Doe je je huid nu niet meer kwaad dan goed door er iedere keer een scheermes langs te halen, soms tot bloedens aan toe? Hoeveel littekens tel jij?

3. Gelijkheid
Net als ieder ander mens mogen vrouwen eruit zien zoals ze eruit willen zien. Zij heeft ook een keuze en hoeft zich niet aan te passen aan de opgelegde normen. Geef deze boodschap mee aan (klein)dochters, nichtjes en buurmeisjes. Laat ze, net als jongens, tijd besteden aan sporten en leren. Hun uiterlijk doet er net zo min toe als die van jongens. Laat ze die vrijheid ervaren.

4. Duurzaamheid
Steeds meer vrouwen scheren zich niet omwille van het klimaat. Eerlijk is eerlijk, je bespaart veel plastic als je geen scheermesjes meer gebruikt. RTL Nieuws zocht uit dat een vrouw gemiddeld vijf tot zeven keer met een scheermesje doet. Hoeveel scheermesjes zijn dat voor jou op jaarbasis? Hoe groot is jouw plastic footprint?

Bovendien staan vrouwen net wat langer onder de douche voor een scheerbeurt.  Hoeveel water zou jij besparen op jaarbasis? Onder de streep kun je Moeder Aarde dus een handje helpen door je benen in hun natuurlijke staat wat meer te waarderen. Als dat in de zomer nog een te grote uitdaging is, help je haar ook al door in de wintermaanden je scheermes links te laten liggen. Of doe mee met Januhairy! Ga jij van duurzaam denken naar duurzaam doen?

Baas van eigen benen
Eerder in dit verhaal leerden we dat vrouwen begonnen met het scheren van hun benen door druk van commerciële bedrijven, zagen we in dat vrouwen een keuze hebben om hun beenharen te laten staan (en kiezen veel vrouwen hier ook voor) en lazen we een aantal redenen waarom je je benen in hun natuurlijke staat meer kunt waarderen en accepteren: tijdsinvestering, de natuur, gelijkheid en duurzaamheid (plastic en water).
Mocht je nu twijfelen of de uitdaging aan wil gaan om je benen in hun natuurlijke staat te laten zijn, dan volgen hieronder een aantal tips.

Tip 1
Uiterlijk is voor jezelf. Alleen jij bepaalt wat je mooi vindt. Bij elke verandering aan je uiterlijk is het raadzaam om je het volgende af te vragen: doe ik dit voor mijzelf of voor de ander (lees: vriend, vriendin, collega’s, de maatschappij, het hokje ‘vrouwelijk zijn’ of ‘mannelijk zijn’). Soms is het moeilijk om te achterhalen of je het voor jezelf doet of om te voldoen aan de verwachtingen van de heersende codes. Het kost tijd, neem de tijd.

Tip 2
Oordelen voor je keuzes ontvang je geheid. Non-verbaal en verbaal. Mijn advies is om vooraf te bedenken hoe je erop wil reageren. De verschillende opties:

  • Je reageert niet op non-verbale of verbale reacties. Voel je niet verplicht om je te verantwoorden. Het is jouw lichaam, jij doet ermee wat je wil. Net zoals mannen die ervoor kiezen om hun baard of snor te laten staan.
  • Je reageert op non-verbale reacties door het open te breken: “Hé, ik zie dat je naar mijn benen kijkt in hun natuurlijke staat.”
  • Je reageert op verbale reacties. Die reacties kunnen variëren en zijn afhankelijk van wie het zegt en op welke toon. Onthoud dit: jij hebt je keuze gemaakt voor jezelf, voel de enorme vrijheid die dit geeft!

Q: “Laat jij je beenharen staan?”
A: “Ja, die groeien vanzelf.” Of: “Ja, ik vind mijn benen in hun natuurlijke staat het mooist.” Of gebruik een van bovenstaande vier redenen, het argument van duurzaamheid doet het momenteel goed.

Je kan ook aangeven dat het laten staan van je beenhaar een experiment is om te kijken hoe je omgeving reageert en wat dat vervolgens met jouzelf doet. Hopelijk zorgt dat meteen voor een moment van reflectie bij de ontvanger.

Een veelgehoorde vervolgvraag is: “Vindt jouw vriend dat niet erg?”. Zangeres Adele ontving dezelfde vraag en antwoordde: “He has no choice. I’ll have no man telling me to shave my fuckin’ legs. Shave yours.”

Tip 3
In het boek Beauty Sick ziet Dr. Renee Engeln de verschillen in het bewustzijn van uiterlijk tussen jongens en meisjes. Ze beschrijft dat meisjes opgroeien met het idee dat ze een lichaam hebben om te laten zien en jongens een lichaam hebben om te gebruiken. Haar advies is dan ook: richt je aandacht op het gebruik ervan in plaats van de uiterlijke vertoning. Specifiek voor de benen van een vrouw betekent dit dus: zie je benen als een praktisch instrument om van A naar B te lopen. Je hiervan bewust zijn, kan al helpen om je comfortabeler te voelen met de keuzes die je maakt.

Welke keuze je ook maakt, zorg dat het er een is die je voor jezelf maakt. Zo blijf je trouw aan jezelf.  Aanvaard de keuzes die anderen maken, alles mag er zijn. Misschien heb je over een paar maanden of een jaar wel weer zin in om je benen te ontharen of je haren juist te laten staan. Voel de vrijheid om die keuze te maken.

En ik?
Het besef dat scheren een keuze is, voelt heel bevrijdend. Sinds een maand ben ik gestopt met het ontharen van mijn benen. De reden? Ik vind mijn benen in hun natuurlijke staat op dit moment het mooist. Net zoals ik alles aan mijn lichaam au naturel het mooist vind.
Andere redenen benoemde ik al hierboven. Ik vind het niet waard om mijn benen zoveel geweld aan te doen, ik besteed mijn tijd (en geld) liever aan andere bezigheden. En ook duurzaamheid speelt mee: ik bespaar veel plastic door geen harsstrips meer te gebruiken.

Sinds een jaar heb ik waterpolo ingeruild voor roeien. Het is eind juni en de zomer doet z’n intrede. Die korte broek trek ik zeker aan tijdens de training . Zou ik reacties krijgen? En zo ja, welke reacties?
De kans is groot dat ik me (nog) moet verantwoorden voor mijn benen in hun natuurlijke staat. Hoe ik reageer op verbale en non-verbale reacties weet ik nog niet en zal ook per moment en persoon verschillen. Wordt vervolgd.

*Ik gebruik hier bewust ‘heersende normen’ in plaats van ‘schoonheidsideaal’. Het woord schoonheidsideaal is misleidend en ik ben ervan overtuigd dat het gebruiken van dit woord de heersende gedragingen in stand houdt. Er is niet één ideaal; we zijn allemaal ideaal zoals we zijn.

Voor hem

Het Erasmus MC deed eind maart een oproep om plasmadonoren te werven. Samen met Sanquin Bloedvoorziening kunnen zij de antistoffen uit het plasma gebruiken in hun zoektocht naar een geneesmiddel voor patiënten met het coronavirus. Hoera! Een lichtpuntje aan het einde van de donkere tunnel.

Het artikel op de website van het Erasmus MC heet: “Gezocht voor ontwikkeling coronabehandeling: mensen die net genezen zijn.” Als ik omlaag scroll, lees ik dat er voorwaarden zijn opgesteld om je als donor aan te melden. Drie muisklikken verder ben ik in het pdf-bestand met de voorwaarden. De vijfde voorwaarde moet ik drie keer lezen:

“U bent geboren als man. De reden hiervoor is dat de kans op bijwerkingen bij de patiënt die het plasma krijgt, groter is als het plasma komt van een als vrouw geboren persoon.”

Deze boodschap is dubieus. Ten eerste is de titel van dit bericht incorrect. Sinds wanneer zijn ‘mensen’ (weer) alleen ‘mannen’? Taal is een precisie-instrument, gebruik het dan ook als zodanig (weet je nog?). Misschien hadden de onderzoekers, of de schrijfster van dit artikel, zelf al voorzien dat het anno 2020 niet meer te verkopen is om vrouwen uit te sluiten en probeerden ze dat op deze manier te verdoezelen.

Toegegeven, het Erasmus speelt het slim door te benoemen dat de ontvanger een grotere kans op bijwerkingen heeft bij plasma afkomstig van een vrouw. Daarmee lijkt het alsof ze de ontvanger willen beschermen. Op NOS.nl lees ik dat de bijwerkingen zeldzaam zijn, maar ernstig. Internist-infectioloog Bart Rijnders van het Erasmus MC weet niet precies hoe dat komt, “maar het is in Nederland daarom wel de standaard om alleen plasma van mannelijke donoren te gebruiken.”

En daarmee is de kous afgedaan. We doen het zo, want dat is nu eenmaal ‘de standaard’. En, wat zegt het dat een internist niet weet hoe het komt dat er in een zeldzaam geval bijwerkingen ontstaan bij plasma afkomstig van een vrouw? Waarom wordt er geen moeite gedaan om dit uit te zoeken? En waarom is er geen journalist die dit soort vragen stelt en publiceert?

Ommezwaai
Als verpleegkundige weet ik iets van de gezondheidszorg en als vrouw weet ik iets van vrouwen(discriminatie). Dat maakt mij natuurlijk geen onderzoeker of wetenschapper en toch durf ik te beweren dat het stellen van zo’n exclusiecriterium een vorm is van vrouwendiscriminatie. Na een klein onderzoekje op internet lijk ik er niet ver naast te zitten.
Op 7 april plaatste deze website een update over de voorwaarden om plasmadonor te kunnen worden. Nu kunnen vrouwen wel ineens plasmadonor zijn. Een dag later kopt de Gelderlander: “Ook vrouwen kunnen vanaf nu bloedplasma doneren in strijd tegen corona” en schrijft dat vrouwen eerst niet mochten doneren, omdat “in zeer zeldzame gevallen [het] ernstige bijwerkingen veroorzaakte bij ontvangers”. Dus de bijwerkingen waren eerst zo’n groot probleem dat onderzoekers vrouwen uitsloten van deelname, maar krap twee weken later zijn vrouwen ineens wel welkom.

Bij de buren in België
In België diende een vijftigjarige vrouw een klacht in bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, omdat zij geen plasma mocht doneren.
De journalistieke redactie van De Morgen vond de klacht tegen het Rode Kruis de moeite waard om te achterhalen waarom vrouwen niet mogen deelnemen aan het onderzoek. En wat blijkt? Een bestuurder (en klinisch bioloog) van het Rode Kruis in België weet meer van het vrouwenlichaam dan de internist bij het Erasmus MC in Nederland: Vrouwen kunnen na een zwangerschap bepaalde antistoffen in hun bloed hebben die kunnen zorgen voor transfusiereacties bij de ontvanger.

Vrouwen zonder seksueel contact met een man vormen in principe geen gevaar, maar ook zij mogen zich niet kandidaat stellen.
Hij vertelt ook waarom niet: “Zoiets vraagt zulke grote aanpassingen in ons productieproces, dat we maanden tijd zouden verliezen, terwijl het plasma zo snel mogelijk beschikbaar moet zijn.”
Geen journalist die doorvraagt welke aanpassingen er dan gemaakt moeten worden en waarom die aanpassingen al niet meegenomen zijn aan de start van het onderzoeksproces.

En daar zit de angel: waarom is het productieproces niet bij voorbaat al ingericht op mannen en vrouwen? Het feit dat dat niet is gebeurd, zegt veel over waar we staan op het gebied van emancipatie in de gezondheidszorg.

De standaard
De kwestie doet me denken aan een inspirerende film die ik onlangs weer zag: Suffragette. Vrouwen die streden voor vrouwenkiesrecht kregen te maken met argumenten als: vrouwen zijn te dom om te stemmen, het is voor ‘het zwakke geslacht’ mentaal en fysiek te belastend om te stemmen, een stemrecht zou hen afleiden van de verantwoordelijkheden van het huishouden en de zorg voor de kinderen. Het is ‘de standaard’ dat alleen mannen kiesrecht hebben, dus vrouwen krijgen het niet.

Is dat nou zoveel anders dan de kwestie plasmadonor? Zijn de argumenten van de onderzoekers om vrouwen uit te sluiten de waarheid, net zo ‘waar’ als de argumenten destijds tegen het vrouwenkiesrecht?
Helemaal na die ommezwaai van de (Nederlandse) onderzoekers staat het argument van die ‘zeldzame bijwerkingen’ van plasma afkomstig van vrouwen niet meer zo stevig. Nemen we informatie van deskundigen in de gezondheidszorg niet te snel aan voor zoete koek?

Zonder dat de onderzoekers zich hoefden te verantwoorden voor hun eerdere keuze, kunnen vrouwen nu toch deelnemen aan het onderzoek. Dat is een begin. Het is zaak dat artsen en onderzoekers in andere onderzoeken ook afstand doen van het mannenlichaam als ‘de standaard’ en dat zij moeite nemen om het vrouwenlichaam te onderzoeken en te begrijpen.

Het is duidelijk dat bij zowel het vrouwenkiesrecht als het plasma doneren er sprake is van vrouwendiscriminatie. Toch is er ook een verschil. Anders dan bij het vrouwenkiesrecht, is de vrouwendiscriminatie van nu grotendeels verborgen en komt het maar zelden en kort aan de oppervlakte.

One-size-fits-men
Onlangs luisterde ik naar de podcast 99% Invisible waarin schrijver, journalist, feminist en activist Caroline Criado Perez in de aflevering ‘Invisible Women’ vertelt hoe weinig er rekening wordt gehouden met het vrouwenlichaam:

  • Smartphones zijn ontworpen voor mannenhanden; ze zijn te groot voor de meeste vrouwenhanden en passen zelden in een broekzak.
  • Vrouwen hebben ernstiger letsel bij een auto-ongeluk, omdat zowel de autoriem, de autostoel en de airbag zijn ontworpen voor het mannenlichaam.
  • Symptomen van een hartaanval bij een vrouw worden nog steeds atypisch genoemd, omdat de symptomen niet overeenkomstig zijn met de symptomen van een man. Alle vrouwen hebben dezelfde symptomen bij een hartaanval. De symptomen van een hartaanval bij een vrouw zijn dus niet atypisch, omdat ze afwijken van de symptomen van de man. Vrouwen hebben typische symptomen.
  • Omdat de hele gezondheidszorg (symptomen, medicatie) zo gericht is op het mannenlichaam, missen artsen veel diagnoses bij vrouwen, lijden vrouwen meer en hebben vrouwen meer te maken met bijwerkingen van medicatie dan mannen.

Caroline maakt verborgen vrouwendiscriminatie zichtbaar, zodat we er iets aan kunnen doen. Laten we strijden zoals de suffragettes streden. Door ons erin te verdiepen en ons erover uit te spreken kunnen we zorgen voor verandering. Dat kan alleen, maar ook samen. De organisatie WOMEN Inc. zet zich bijvoorbeeld in voor de erkenning van de verschillen tussen mannen en vrouwen binnen de gezondheidszorg; in onderzoek, onderwijs, diagnose en behandeling. Je kunt je stem al laten horen door dit filmpje te delen.

De wereld is ingericht voor hem. Voor hoelang nog, lieve strijders?