Strijdend in niemandsland

Op een hellend vlak tussen het leven en de dood ligt een stuk onaangeroerd landschap waar je alleen doorheen reist, wat je alleen verkent. Hier voltrekt zich een persoonlijke strijd op het levenstoneel.

Negenveertig jaar leven ligt in een bed, in de woonkamer. Eens zo breed gespierd, goedlachs en stralend blauwe ogen. Nu creëren zijn botten voor heuvelachtige taferelen onder zijn bleke huid, een katheter vindt zijn weg via de urinebuis naar zijn blaas, het witte incontinentiebroekje losjes om zijn heupen gevouwen. De ogen iets open terwijl hij slaapt, de op en neer bewegende buik verraadt de onregelmatige ademhaling. Tijdens de inademing klinkt soms een hard geluid, de uitademing lijkt op een lange zucht.

Het grijze gordijn voor het raam dimt het zomerse zonlicht. De buurvrouw loopt met snelle passen de kamer in, bekommert zich om de bossen bloemen die kleur geven aan de donkere kamer en is even snel weer weg. In de keuken klinkt het brommende geluid van een koffiezetapparaat, de lepels vallen in kopjes koffie en dansen door de schuimende melk en de koffie, een verpleegkundige zittend op een stoel starend naar bewegend beeld op haar iPad. Op de achtergrond de ademhaling van een man vol levenslust, vol kwaadaardige tumoren.

Diepe slaap, bij een woord of een hand op zijn arm openen zijn ogen. Zijn hoofd vindt de woorden, maar zijn mond weigert ze uit te spreken. Na een lange dag slapen, is ’s avonds de energie voor het aanhoren van kaarten en berichten uit zijn telefoon, het ontvangen van liefde van zijn dochters, het groeten van dierbaren. Hem herinneren aan wie er overdag zijn geweest, blijkt al snel een zinloze bezigheid. Aan het eind van zo’n avond maakt de energie plaats voor irritatie. Er is te veel gevraagd, te veel gezegd, te veel gedacht, te veel gevoeld. De onuitgesproken wens om te rusten.

’s Nachts is er de pijn, het geschreeuw, het vervloeken, het verlangen naar pijnstilling. Het zwichten voor de morfinepomp. Niemandsland is eenzaam, grenzeloos, genadeloos.

Op een helder moment, vroeg in de ochtend benoemt de verpleegkundige het m-woord. Paniek, angst, weerstand. Natuurlijk is de morfinepomp geen optie. Doorgemaakte pijn is moeilijk terug te halen. In zijn ogen staat morfine synoniem voor overgave, voor het einde van de strijd en het verwelkomen van de dood. Een veelgehoorde misvatting volgens zijn huisarts die haar patiënt ziet lijden en zijn zussen smekend aanhoort. Palliatieve zorg is zorg op vraag en wens van de patiënt. Het beetje regie dat hem toekomt, grijpt hij met beide handen aan.

Een man vol strijdlust, struinend, zwervend door niemandsland, zoekend naar mogelijkheden die onvindbaar zijn. De dood is nabij, maar voor hem is de strijd niet gestreden. Zijn leven lang verzet hij zich tegen enige vorm van autoriteit, hekelt macht, schopt tegen opgelegde ideeën en afhankelijkheid. Ook nu laat hij zich niet imponeren door de grootste autoriteit op het gebied van leven. Hij kan en wil zich niet overgeven aan datgene wat hem onvermijdelijk staat te wachten. Het is oneerlijk, onomkeerbaar. De dood wacht en is geduldig.

One comment

  1. Petra · juni 26

    Nogmaals je verhaal gelezen. In een ander perspectief. Heel mooi en ontroerend. En wat een sterke en bijzondere man. Sterkte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s