Bloeddonatie

Helemaal doorweekt, maar met een glimlach op mijn gezicht sta ik voor de receptioniste. Het citaat van de vrouw kunt u wel raden en laat ik dus achterwege. Na het invullen van de vragenlijst loop ik door naar de wachtkamer voor de controles. Ik neem plaats op de witte ikea-stoel en denk aan de weinige mensen in mijn kenniskring die bloeddonor zijn.

“Mevrouw, loopt u mee?” Ik word opgeschrikt door de stem die uit de witte jas voor me komt. Ze neemt me mee naar haar kamer en kijkt de ingevulde vragenlijst na. Dik in orde. Vervolgens controleert ze mijn glucosewaarde en de bloeddruk.
De keuring gehaald, door naar het echte werk. U weet wel, met die dikke naald enzo. Tja, ik mag dan wel aan het leren zijn voor verpleegkundige, naalden houd ik liever buiten mijn lichaam.

Ik ga zitten in de relaxstoel. “Rechts of links?”
“Doe maar rechts, is makkelijker prikken”.  Als ik dan toch geprikt moet worden, dan liever in één keer raak.
Volgens de medewerker loopt mijn bloed te langzaam in het zakje, dus krijg ik een kussentje in mijn hand om in te knijpen. Inmiddels stroomt het met een aardige snelheid. “Ho, ho, je hoeft niet meer te knijpen hoor. ’t Gaat nu wel snel genoeg en het moet ook weer niet zo snel gaan.”
“Kan het kwaad dan?”, vraag ik wat achterdochtig.
Het is even stil. “Nou, je kan duizelig worden, maar dat gebeurt heel zelden. We weten alleen niet hoe jij überhaupt reageert op bloedafname, omdat het je eerste keer is. Dus we houden je nog even in de gaten.”

Dat in de gaten houden kunnen zij goed. Ik mag blijven zitten in de stoel, krijg een kopje thee aangeboden en houdt een mand vol koeken voor; roze koeken, gevulde koeken, ontbijtkoeken en speculaas. Ik sla de lekkernij af en pak een banaan uit mijn tas. De verpleegkundige knikt begripvol: ‘Ik zal eens aangeven dat ze er bananen en ander fruit moeten neerleggen. We hebben hier natuurlijk ook een voorbeeldfunctie te vervullen.’
Ik knik op mijn beurt begripvol.